Home

Rita

Tekst: M.-L. Van Roosebeke

“Ik voelde me al geruime tijd niet zo best, ik was moe, zo moe en het werd steeds moeilijker om mijn werk te doen. In 1974 kreeg ik de diagnose van lupus. Als je jong bent en je verneemt dat je ziek bent, is dat geen pretje. Maar daarbij te horen krijgen dat het om een chronische ziekte gaat en weinig uitleg krijgen of vinden over die aandoening, maakt alles veel erger.
Ondanks het begrip en de aanmoediging van familie, vrienden en collega’s, voel je je toch eenzaam.

Op een dag toonde een collega me een krant waarin een zekere Rita Dirckx vertelde over een Liga voor chronische inflammatoire bindweefselziekten. Daarin sprak ze ook over lupus. Lang moest ik niet nadenken! Ik nam onmiddellijk contact op met die Rita en werd lid. Toen ik wat uitleg kreeg over de praatgroepen, sloot ik me aan. Een praatgroep bestond uit een 10-tal leden, begeleid door een psychologe. Hier heb ik veel aan gehad: je voelde begrip als je sprak over je fysieke problemen, over je twijfels en je angst voor de toekomst. Er groeide een hechte band tussen de leden van het groepje. We werden een echte vriendengroep en we waren er voor elkaar in moeilijke momenten.

Langzaam aan kreeg ik meer contact met Rita Dirckx, die voorzitster was geworden. Misschien heeft dat mijn besluit beïnvloed toen ik in het maartnummer 1986 van het tijdschrift de oproep las: “Wegens de voortdurende uitbreiding zoekt de Liga voor het secretariaat in Antwerpen een onbezoldigde administratief medewerker.” Mijn man, Jef Lauwers, en ik hebben alles eens goed overwogen en ik heb mij kandidaat gesteld. We werden beiden ook lid van het bestuur.

Voor mij was het een hele onderneming om het secretariaat te bereiken: in Hoeilaart nam ik de trein naar Brussel en van Brussel die naar Berchem. Daar wachtte Rita me met de wagen op en reden we naar het secretariaat. Dat was toen gevestigd in een kamer op de bovenverdieping van dokter Walravens huis. ‘s Avonds legde ik dezelfde weg af, in omgekeerde volgorde.

Elke maandag was het daar werken geblazen.
Rita bereidde alles voor, zodat we onmiddellijk konden beginnen aan het beantwoorden van brieven, het versturen van informatie aan kandidaat-leden of nieuwe leden en aan geïnteresseerde artsen, het typen van het tijdschrift, het typen en versturen van uitnodigingen enz. In die tijd moesten we inderdaad nog alles typen en je weet, als je dan een fout maakte, was die niet zo vlug verbeterd als tegenwoordig met de computer.
In 1990 verhuisde het secretariaat naar een kamer in de Uitbreidingsstraat in Berchem. Daar moesten we natuurlijk zelf voor de schoonmaak zorgen!

Ik herinner me nog een prettig detail: het bezoek van Sinterklaas, die ons aanmoedigde zo verder te werken. Dat deed ons veel plezier. In de bestuursvergaderingen besprak de penningmeester de financiële stand van zaken en we hoorden geregeld: “We hebben ons budget met ... fr. overschreden, het saldo van dit jaar vertoont een deficit van … Toen zijn we met de verkoop van balpennen en pralines begonnen, en voor de Nationale Contactdagen - nu noem je dat de Provinciale Ontmoetingsdagen - bakten we taarten die we tegen een democratische prijs aan de man brachten.

In 1991 werden mijn moeder en mijn broer ziek. Mijn hulp was daar nodig en ik moest jammer genoeg mijn secretariaatswerk evenals mijn werk als bestuurslid stopzetten.

Nu ben ik nog altijd lid, weliswaar minder actief dan in de beginperiode. Iedereen wordt wat ouder en ik krijg dikwijls bezoek van mijn kleinkinderen, wat me overigens heel gelukkig maakt.

Via het tijdschrift heb ik nog contact met de beweging. Ik zie dat er meer uitleg gegeven wordt over de aandoeningen, dat er meer internationale contacten zijn, dat er medewerkers gaan, maar ook komen, …

Ik heb al veel steun gehad aan de Liga, maar vooral aan Rita Dirckx. Ik vind dat we haar nooit mogen vergeten.”

“Proficiat!” met de werking.
“Proficiat!” met het jubileum.