Home

A B C D E F G H I L M N O P R S T U V W

A

Acuut

Plotseling opkomend, met een snel verloop en hevige verschijnselen.

ANA/ANF

Anti-Nucleaire Antistoffen/Factor. Autoantistof gericht tegen eigen kern-antigenen. Deze stof komt bij verschillende systeemziekten voor.

Anamnese

Voorgeschiedenis van een ziekte, zoals die uit de mededeling van de patiënt gereconstrueerd kan worden.

Anatomie

Leer van de structuren (beenderen, spieren, bloedvaten enz.) in levende wezens.

Anemie

Bloedarmoede, tekort aan rode bloedcellen.

Anticardiolipine antistoffen

Ook genoemd ‘antifosfolipide antistoffen’. Richten zich tegen bepaalde delen van de celwand. In samenwerking met andere elementen beïnvloeden ze de stolling van het bloed. Fosfolipiden zijn de belangrijkste vetachtige stoffen (bouwstenen) die je nodig hebt om gezonde celmembranen (wanden van een cel) te vormen.

Anti-centromere antistoffen

Antistoffen gericht tegen een celkern. Ze worden geassocieerd met het CREST-syndroom. De plaats waar twee delen van een chromosoom aan elkaar vastzitten is de centromeer.

Anti-DNA antistoffen

Antistoffen gericht tegen het DNA. Ze komen bij ongeveer 75% van alle patiënten met lupus en bij 90% van de patiënten die een opstoot hebben.

Antifosfolipide antistoffen

Zie anticardiolipine antistoffen.

Antigeen

Elk bestanddeel dat de vorming van antistoffen uitlokt doordat het door ons immuunsysteem als vreemd worden ervaren.

Anti-Jo-1 antistoffen

Antistoffen die worden gevonden bij poly- en dermatomyositis.

Antilichaam / Antistof

Eiwit dat gevormd wordt als reactie op het binnendringen van een antigeen. Het gaat daarmee een binding aan om de schadelijke werking ervan teniet te doen.

Antimalariamiddelen

Medicijnen die oorspronkelijk werden gebruikt om malaria te behandelen. Ze blijken ook effectief te zijn tegen bepaalde bindweefselziekten.

Anti-RNP antistoffen

Antistoffen tegen RiboNucleoProteïne die voorkomen bij verschillende chronische inflammatoire bindweefselziekten. Bij MCTD komt ze echter in veel grotere hoeveelheden voor.

Anti-Ro(SS-A) en anti-La(SS-B) antistoffen

Komen voor bij ongeveer 50% van de patiënten met het Sjögren-syndroom.

Anti-Scl-70 antistoffen

Antistoffen die vrij typisch zijn voor sclerodermie.

Anti-Sm antistoffen

Vrij typisch voor lupus, maar eerder zeldzaam. Sm staat voor Smith, de naam van de eerste patiënt bij wie ze werden gevonden.

Antistoffen

Eiwitten die door het natuurlijke afweersysteem aangemaakt worden om antigenen te herkennen en te binden.

Arteritis

Slagaderontsteking (‘-itis’: ontsteking).

Artralgie

Gewrichtspijn.

Artritis

Gewrichtsontsteking. Symptomen zijn: pijn, zwelling, roodheid, warmte.

Atrofie, atrofiëren

Het afnemen in grootte en gewicht van een cel, orgaan of lichaamsdeel. Spieren atrofiëren al bij een ongeveer 14 dagen aanhoudende verlamming.

Autoantistof

Antistof die zich bindt aan eigen ('auto': zelf) bestanddelen in plaats van aan lichaamsvreemde dingen.

Autoimmuniteit

Bij autoimmuniteit gaat er iets fout met het verdedigingssysteem, de immuniteit. In plaats van de afweer te richten tegen vreemde indringers (bacteriën, virussen ...), valt ze lichaamseigen cellen aan, door in hoge mate autoantistoffen te produceren die ontstekingsziekten veroorzaken: autoimmuunziekten. Onze weerstand richt zich tegen onszelf.

B

Bakercyste

Blaasje dat ontstaat in de kniekuil en in verbinding staat met het kniegewricht. Vanuit het kniegewricht wordt het opgevuld met knievocht.

Basale membraam

Membraneuze (d.i. vliezige) basisstructuur onder een bepaalde cellaag van bijv. de opperhuid.

Bindweefsel

Weefselsoort in het lichaam die de andere weefsels of organen verbindt en steunt.

Bindweefselcellen

Bindweefsel-vormende cellen.

Bindweefselziekte

Autoimmuunziekte waarbij de aanmaak van autoantistoffen ontstekingen veroorzaakt.

Biopsie

Het wegnemen van een stukje weefsel uit het lichaam voor verder (microscopisch) onderzoek.

Bloed

Deze lichaamsvloeistof bevat onder andere:
- rode bloedcellen of erytrocyten, die zorgen voor het zuurstoftransport vanuit de longen naar de verschillende organen;
- witte bloedcellen of leukocyten, die een rol spelen bij de verdediging tegen infecties en de opbouw van immuniteit;
- bloedplaatjes, die zorgen voor de bloedstolling.

Bloedarmoede

Anemie of bloedarmoede wijst op een tekort aan rode bloedcellen.

Bloedplaatjes of trombocyten

Bloedlichaampjes die een rol spelen bij de bloedstolling.

Bursitis

Slijmbeursontsteking.

C

Capillair

Haarvat

Carpale-tunnelsyndroom

Hierbij is de mediane handzenuw geklemd in de voorvlakte van de pols. Dit veroorzaakt tintelingen en soms hevige pijn.

Cataract

Ooglensvertroebeling.

Cel

Kleinste levende eenheid. Alle lichaamsweefsels en alle organen zijn opgebouwd uit (gespecialiseerde) cellen. Een cel is onzichtbaar klein. In elke cel zit een kern, die al ons erfelijk materiaal (DNA) bevat.

Chromosoom

Drager van het erfelijk materiaal van levende wezens; bevat de genen die opgebouwd zijn uit DNA.

Chronisch

Herhaaldelijk terugkerend, met blijvend, slepend verloop, in tegenstelling tot ‘acuut’.

Collageen

Lijmvormende eiwitstof die een hoofdbestanddeel van bindweefsel is.

Collageenvezels

Zeer sterke vezels, samengesteld uit eiwitten. Zij vormen o.a. een netwerk dat het kraakbeen verbindt met het onderliggende bot.

Complement

Een complex systeem van verscheidene activeerbare eiwitfactoren die onmisbaar zijn voor de werking van onze immuniteit. Deze worden geactiveerd wanneer het lichaam zich moet verdedigen tegen 'indringers'.

Congestie

Ophoping

Cortison

Hormoon dat door de bijnieren wordt aangemaakt (de bijnieren zijn klieren die boven de nieren liggen). Het is ook een synthetisch gefabriceerd medicijn, dat wordt gebruikt om ontstekingen krachtig en snel te onderdrukken.

Creatinine

Stof in de urine die wordt gemeten om de functie van de nieren na te gaan. De creatinine en klaring van creatinine zijn een maat voor het filtratievermogen van de nierlichaampjes en daarmee voor de hoeveelheid functionerend nierweefsel in het algemeen.

CREST-syndroom

Kan als variant van progressieve systeemsclerose beschouwd worden. Zie de pagina over sclerodermie.

CRP

C-Reactief Proteïne: eiwit dat in het bloedonderzoek gebruikt wordt als maat van ontsteking.

Cutaan

Via of met betrekking tot de huid.

D

Dermatomyositis

Het samengaan van polymyositis met een bepaald soort huidontstekingen (‘derma’: huid).

Diagnose

Vaststelling van de aard van een ziekte.

Differentiële diagnose

Vaststelling van de aard van een ziekte door vergelijking van de kenmerken van verschillende ziekten.

Diffuse scleroderma

Sclerodermie met huidletsels aan de ledematen en de romp.

Diffuus

Verspreid, zonder bepaalde grenzen.

Discoïde lupus

Huidlupus waarbij enkel huidaantastingen voorkomen zonder aantasting van inwendige organen.

DMARD

Disease Modifying Anti-Reumatic Drug; ziektewijzigende antireumatische medicatie.

DNA

Desoxyribonucleïnezuur, d.i. in de chemie een dubbele spiraal van hoofdzakelijk nucleïnezuren die de chemische codering bevatten van onze erfelijke eigenschappen.

Dubbelblind onderzoek

Studie waarbij noch de patiënt, noch de behandelende arts weten of de patiënt het actieve geneesmiddel of een placebo krijgt toegediend.

Dysfagie

Slikstoornis.

Dyspneu

Ademnood, kortademigheid.

E

Echografie

Onderzoek met ultrasone golven.

Eiwit

Proteïne, opgebouwd uit aminozuren. Acute-fase eiwitten zijn plasma-eiwitten die in concentratie toenemen tijdens een ontstekingsproces.

Endemisch

Inheems, d.w.z. in een bepaald gebied voortdurend als ziekte aanwezig; verbonden met eigenaardige plaatselijke omstandigheden.

Enzym

Eiwit dat bepaalde processen in een organisme, bijv. stofwisseling en spijsvertering, kan veroorzaken of versnellen.

Epidemie

Snelle verspreiding van een ingevoerde besmetting, onder een meer of minder groot deel van de bevolking.

Epidemiologie

Studie van het verband tussen de frequentie en verbreiding van bepaalde ziekten en factoren waardoor ze veroorzaakt zouden kunnen worden.

Erytheem

Rode uitslag van de huid.

Estrogeen, zie Oestrogeen

Exantheem

Huiduitslag.

F

Farynx

Keelholte

Fibroblasten

Jonge bindweefselcellen waaruit de bindweefselvezels voorkomen.

Fibrose

Toename van bindweefsel in een orgaan.

Flebitis

Ontsteking van een ader.

Fotosensitiviteit

Overgevoeligheid voor zonlicht, waardoor huidafwijkingen kunnen ontstaan.

Fysiologie

Studie van de functies van de verschillende organen en hun coördinatie.

G

Gangreen

Afsterven van weefsels of lichaamsdelen door onvoldoende bloedsomloop, bijv. bij brandwonden. Andere term: necrose.

Gen

Deel van een DNA-molecuul dat de code van één eigenschap bevat; drager van een erfelijke eigenschap.

Gewricht

Plaats waar twee beenderen met elkaar in contact komen en moeten kunnen bewegen.

Gewrichtsband

Vezelachtige band ter versterking van een gewricht of om bewegingen daarvan te beperken.

Gewrichtskapsel

Het bindweefsel dat zich aan de binnenzijde van de gewrichtsbanden bevindt en het gewricht omsluit.

Gewrichtskraakbeen

Zacht maar zeer sterk weefsel bestaande uit kraakbeencellen, collageenvezels en een soort gel. Het bevat noch zenuwen noch bloedvaten. Het bevindt zich aan de uiteinden van twee beenderen om het contact te verzachten en heeft de functie van een stevig elastisch kussen.

Gingivitis

Tandvleesontsteking.

Glaucoom

Verzamelnaam voor verschillende oogaandoeningen die zich alle kenmerken door een verhoogde oogdruk.

Gordelroos

Infectieziekte gepaard gaande met huiduitslag, waarbij het middel, de borst enz. als een gordel van rode blaasjes is omgeven. Andere benamingen zijn herpes zoster en zona.

H

Haarfollikel

Haarzakje, huidkliertje.

Hallux valgus

Scheefgroei van de grote teen, waarbij zich aan de basis een knobbel vormt.

Hartzakje, ook ‘pericard’

Dubbel vlies dat het hart omgeeft.

Hematocriet

Hoeveelheid rode bloedcellen in het bloed.

Hemoglobine

Proteïne (eiwit) dat verantwoordelijk is voor het transport van de zuurstof in het bloed.

Hemolytische anemie

Anemie die veroorzaakt wordt door de vernietiging van rode bloedcellen door antistoffen.

Histamine

Stof die in vele organen voorkomt en een verwijding van de bloedvaten veroorzaakt; ze speelt ook een rol bij allergische verschijnselen. Histamine wordt vrijgegeven door de zogenaamde mestcellen, een soort witte bloedcellen, die een belangrijke rol spelen in ons afweermechanisme.

HLA-DR4 (zie ook HLA-eiwit)

Elke mens is drager van een hele reeks HLA-genen (Humane Leukocyten Antigenen-systeem). Deze zijn verschillend van mens tot mens. Alles samen werden al tientallen verschillende HLA-eiwitten gevonden. Deze kregen elk een 'naam' bestaande uit een letter en een nummer, bijv. DR4, B27.

HLA-eiwit

Human Leucocyte Antigen, een eiwit dat antigenen presenteert aan T-cellen. HLA- antistoffen worden enkel gevormd na contact met vreemde HLA-antigenen.

Hoornvlies (cornea)

Doorzichtig vlies dat de oogbol aan de voorzijde omsluit.

Hormoon

Chemische stof die door een klier wordt aangemaakt en in het bloed wordt afgescheiden. Heeft een stimulerende werking op bepaalde organen of weefsels.

Hydrotherapie

Bewegingstherapie in water.

Hypertensie

Verhoogde bloeddruk.

Hyperviscositeit

Overdreven kleverigheid, stroperigheid. Kan in het bloed optreden bij zeer hoge hoeveelheden reumafactor.

Hypotensie

Verlaagde bloeddruk.

I

Idiopathisch

Van onbekende oorzaak.

Immuniteit

Weerstandsvermogen tegen vreemde binnendringende organismen.

Immunosuppressiva

Medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken, bijv. Imuran®.

Immuuncomplex

Binding van een antistof met een antigeen.

Immuunsysteem

Natuurlijk afweermechanisme van het lichaam.

Infectie

Besmetting.

Infiltratie

Inspuiting in gewricht of weefsel.

Inflammatie

Ontsteking. De verdediging van het lichaam tegen vreemde organismen, waarbij witte bloedcellen de bedreigende indringer omringen. Gaat gepaard met roodheid, zwelling, warmte.

Insidieus (van ziekte)

Sluipend.

Interstitieel

Tussen weefsels liggend.

Ischias

Vanuit de heup naar een been uitstralende zenuwpijn.

L

Larynx

Strottenhoofd.

LE-cel

Witte bloedcel met abnormaal grote kern.

Leukopenie

Vermindering van het aantal witte bloedcellen.

Lupus coagulans

Manier van opsporen van antifosfolipide antistoffen door het constateren van de tijd die nodig is vooraleer het bloed stolt.

Lupus Erythematosus Disseminatus (LED)

Zie Systeemlupus.

Lymfocyten

Soort witte bloedcellen, die de belangrijkste cellen zijn van het immuunsysteem. Ze worden ingedeeld in T-cellen die de immuniteit regelen en B-cellen die antistoffen aanmaken.

M

Macrofaag

Soort witte bloedcel. Grootste eetcel (‘makro’: groot).

Maligniteit

Kwaadaardigheid.

MCTD

Mixed Connective Tissue Disease, gemengde bindweefselziekte. Patiënten vertonen symptomen van 2 of meer bindweefselaandoeningen (lupus, sclerodermie, poly-dermatomyositis)

Melanoom

Kwaadaardige huidaandoening.

Membraan

Vlies, dunne weefsellaag.

Monocyt

Kleine witte bloedcel; jonge macrofaag.

Myositis

Spierontsteking.

N

Nefritis

Ontsteking van de nier.

NSAID

Ontstekingsremmers, bijv. aspirine. NSAID: Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs, niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen. Cortison is wel een steroïd.

O

Oedeem

Vochtopstapeling in het weefsel.

(O)Esophagus

Slokdarm.

Oestrogeen, ook 'estrogeen'

Vrouwelijk hormoon, geproduceerd door de eierstokken.

Osteoblast

Bindweefselvormende cel.

Osteoporose

Beenderontkalking of afbraak van beenweefsel, atrofie van het skelet.

P

Pariëtaal

Met betrekking tot de wand (van orgaan of lichaam).

Pathologisch

Afwijkend, ziekelijk.

Pelvisspondylitis

Wervelontsteking op de plaats waar het bekken wordt gevormd door de beide heupbeenderen en het heiligbeen.

Pericarditis

Ontsteking van het hartvlies.

Pigment

Korrelige kleurstof in het weefsel.

Placebo

Schijngeneesmiddel dat geen werkzame farmaceutische stoffen bevat. Placebo's zijn ook behandelingen of therapieën die geen rechtstreeks of specifiek effect hebben op de kwalen en klachten waarvoor ze worden aangewend. De term werd aanvankelijk gebruikt voor onwerkzame middelen die louter waren bedoeld om patiënten tevreden te stellen.

Plasmaferese

Terugpompen in het lichaam van eigen bloedcellen met nieuw plasma. Plasma is het vloeibare gedeelte van het bloed, dat na bloedafname gescheiden kan worden van de bloedcellen.

Pleuritis

Longvliesontsteking.

Poliep

Goedaardige woekering van cellen.

Polyartritis

Ontsteking van veel gewrichten (‘poly’: veel).

Polymyositis

Chronische inflammatoire bindweefselziekte, die vooral bestaat uit een veralgemeende spierontsteking, die leidt tot uitgesproken spierzwakte en spierpijnen. Aantasting van de ademhalings- en/of hartspier kan ernstige moeilijkheden veroorzaken.

Primair

Op zich voorkomend zonder andere aandoening, of als belangrijkste aandoening beschouwd. Bij een patiënt met lupus en Sjögren primeert de lupusdiagnose altijd t.o.v. het Sjögren-syndroom dat dan secundair is, ook al had deze patiënt oorspronkelijk enkel een primair Sjögren-syndroom.

Prognose

Vermoedelijk verloop van een ziekte. Ook gebruikt in de betekenis van levensverwachting en genezingskansen.

Progressief oedeem

Toenemende vochtopstapeling in het weefsel.

Prostaglandines

Op hormoon gelijkende stoffen die in vrijwel alle weefsels van het lichaam voorkomen en gevormd worden. Het zijn onmisbare ontstekingsregelaars. Zij spelen een belangrijke rol bij de pijnprikkelgeleiding en het samentrekken van het gladde spierweefsel.

Proteïnurie

Aanwezigheid van eiwit in de urine.

Prototype

Meest uitgesproken karakteristieke vertegenwoordiger van iets.

Pulmonale hypertensie

Verhoogde bloeddruk in de longbloedvaten.

Purpura

Rode vlekjes op de huid door kleine bloedingen.

Pyrosis

Maagzuur, zure oprispingen; een brandend gevoel dat vanuit de maag in de slokdarm opstijgt naar de keel.

R

Raynaud-fenomeen

Wit, dan blauw en rood worden van de vingers en tenen door onvoldoende bloeddoorstroming in de bloedvaten. Kan gepaard gaan met een bindweefselziekte (secundair Raynaud-fenomeen), of apart optreden (primair Raynaud-fenomeen).

Remissie

Vermindering van ziekteverschijnselen, zonder dat die geheel verdwijnen.

Reumafactor

Abnormaal bestanddeel in het bloedserum van reumapatiënten, een stof die cellen van het eigen lichaam aanvalt, zodat onnodige ontstekingsreacties ontstaan.

Reumatoïde artritis

Gewrichtsreuma. Een autoimmuunziekte met chronische ontsteking van verscheidene gewrichten die de botstructuren kan aantasten.

Rode bloedcellen

vervoeren zuurstof van de longen naar weefsels. Andere benaming: erytrocyten.

S

Sclerodermie

Zwelling, waarna verdroging en daarna verharding van de huid optreedt, ofwel over het hele lichaam of beperkt tot de ledematen. Wordt veelal voorafgegaan door het Raynaud-fenomeen: aanvallen van meestal pijnlijke, witte, daarna blauwe verkleuring van de vingers en/of tenen, gevolgd door hevige roodheid. Het Raynaud-fenomeen komt ook bij andere autoimmuunziekten voor. Progressieve Systeemsclerose is een uitgebreidere vorm met aantasting van organen (slokdarm, nieren, longen) en met slikstoornissen, hoge bloeddruk en kortademigheid tot gevolg.

Secretie

Afscheiding.

Secundair

Bijkomend, ondergeschikt aan een andere aandoening.

Sediment

Bezinksel.

Sedimentatie

Snelheid waarmee de rode bloedcellen uitzakken in een glazen kolom gevuld met onstolbaar gemaakt bloed. Hoe hoger de sedimentatiesnelheid, hoe meer ontsteking er is in het lichaam. Ook bloedbezinkingssnelheid genoemd.

Sialoëctasie

Uitzetting van de speekselklier; gangetje met daarin ophoping van verdikt speeksel.

Siccasymptomen

Droogheid van ogen, mond, luchtwegen, vagina.

Sjögren-syndroom

Veroorzaakt een verminderde afscheiding van tranen en speeksel, waardoor chronische oog- en mondontstekingen en ook slikstoornissen en prikkelhoest kunnen optreden. Aantasting van endogene klieren kan orgaanstoornissen geven. Aantasting van het centrale zenuwstelsel kan onder meer depressies veroorzaken.

Spieratrofie

Verschrompelen van de spieren. Zie Atrofie.

Spirometer

Toestel dat gebruikt wordt om het ademvolume te meten.

Spit

Plotselinge pijn in de rug, vaak na een verkeerde beweging.

Symptomen

Kenmerken, klachten en ongemakken veroorzaakt door een ziekte.

Synovia of Synoviaal vlies

Gewrichtsvlies. Zorgt voor het afscheiden van gewrichtsvocht met de bedoeling het gewricht te smeren en het kraakbeen te voeden.

Synoviaal vocht

Gewrichtsvocht

Synoviëctomie

Verwijdering van het aangedane synoviale weefsel om het voortschrijdend proces van de ontsteking tegen te gaan.

Synovitis

Ontsteking van de slijmvliezen van de gewrichten

Systeemlupus

Ook ‘systemic lupus erythematosus’ (SLE) of ‘lupus erythematosus disseminatus’ (LED) genoemd. Chronische inflammatoire bindweefselziekte die uiteenlopende vormen kan aannemen en zich ofwel beperkt tot de huid (huidlupus), of zich uitbreidt tot alle organen.

Systeemsclerose, zie sclerodermie

T

T-cellen of T-lymfocyten

Soort lymfocyten die een belangrijke rol spelen in de regeling van onze immunologische reacties; zie Lymfocyt.

Teleangiëctasieën

Kleine, rode vlekjes door verwijding van de bloedvaten.

Tendinitis

Peesontsteking.

Therapie

Behandeling.

Titer

Gehalte aan opgeloste stof.

Triggervinger

Blokkerende vinger; door de lokale ontsteking van de flexorpezen vernauwt en/of verdikt de peesschede waardoor de pees kan blijven haken of hokken.

Trombocytopenie

Tekort aan bloedplaatjes die moeten instaan voor de stolling van het bloed.

U

UCTD (Undefined Connective Tissue Diseases)

Deze benaming ontstond omdat er bij vele patiënten een systeemziekte werd vastgesteld die niet onder 1 van de klassieke indelingen kon worden ondergebracht. Sommige patiënten evolueren naar een bekende systeemziekte, anderen blijven in de groep van UCTD.

Uveïtis

Een ontsteking van het vaatvlies van het oog.

V

Vasculitis

Ontsteking van de wanden van bloedvaten. Vasculitis is een verzamelnaam voor veel verschillende ziekten. Bij sommige vormen van vasculitis worden de grote bloedvaten in het lichaam getroffen. Bij andere vormen zijn het juist de microscopische kleine vaatjes. Een vasculitis kan primair zijn; de vasculitis heeft dan geen onderliggende oorzaak. Bij een secundaire vasculitis is de bloedvatontsteking het gevolg van een andere ziekte, bijv. lupus.

Vitiligo

Witte vlekken op de huid door verlies aan pigment.

W

Witte bloedcellen

Spelen een belangrijke rol in het afweersysteem en bij ontsteking. Andere benaming: leukocyten.