Home

Aflevering 41 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"

Psychische begeleiding

In verband met de nieuwe Ziektewet word ik tijdens mijn ziekteverlof begeleid door een arts van de Arbo-dienst. Samen zoeken we naar de beste manier om weer aan het arbeidsproces deel te kunnen nemen. Zij wijst mij er voorzichtig op, dat ik er rekening mee moet houden, dat ik waarschijnlijk niet meer voor 100% terug zal keren en gedeeltelijk arbeidsongeschikt zal worden. Wat dat betreft steek ik nog steeds mijn kop in het zand. Daarom heb ik gevraagd om psychische begeleiding door een arbeidsdeskundige psychotherapeut. Samen met Marian, die de enorme werkdruk niet meer aankan en overspannen is geraakt, ga ik richting Amsterdam.

Arbeid als overlevingsmechanisme

Tijdens het eerste gesprek wil de therapeute dat ik wat over mezelf, mijn gezinssituatie, mijn heden en verleden vertel. Gewoon om een indruk van mijn persoontje te krijgen. Als ik zo het een en ander vliegensvlug opsom, maakt ze verscheidene aantekeningen. Ik haast me om te zeggen, dat ik al die nare ervaringen in het verleden al lang verwerkt heb en daarvoor psychische hulp heb gehad. Ik moet er niet aan denken om alles nòg een keer te moeten vertellen. Na een tijdje met elkaar gesproken te hebben, zegt ze iets wat me aan het denken zet. "Volgens mij vind je het heel moeilijk om niks te doen, om rust te nemen. Rust is voor jou een negatieve belevenis. Bezig zijn is een overlevingsmechanisme voor je geworden. Probeer de komende tijd eens wat meer rust te nemen, gewoon helemaal niks doen. Laat alles maar over je heen komen," zegt ze vriendelijk.

Marian en ik stappen in de auto en gaan terug naar huis. We zijn allebei een beetje stil van het gesprek dat we hebben gehad. Marian is duidelijk aangedaan en vindt het vreselijk dat ze niet kan werken. Zij is ook een type dat altijd kei- en keihard aan het werk is en de lat voor zichzelf veel te hoog legt. Daarbij komt dat zij dezelfde cheffin heeft als ik, die ook aan haar hoge eisen stelt en de druk eerder opvoert dan haar tegen zichzelf in bescherming neemt.

En Marian is een hele gevoelige en zachte vrouw en het is haar gewoon allemaal te veel geworden. De dag dat ze huilend naar huis is gegaan staat in mijn geheugen gegrift. Wat een hoopje ellende. Geen enkel zelfvertrouwen was er meer over en ze dacht werkelijk dat ze niks waard was en niks kon. Ik heb toen de hele middag met haar zitten praten om dat negatieve zelfbeeld om te vormen tot de werkelijkheid. Haar te laten inzien dat ze heel veel waard is voor anderen. Ze staat nota bene altijd voor iedereen klaar en denk nooit aan zichzelf. En ook door haar collega’s wordt ze buitengewoon gewaardeerd.

Informatieboekje

Thuisgekomen overdenk ik de woorden van de arbeidsdeskundige. Want er zit een heleboel waarheid in haar woorden. En tòch doe ik er niks mee. Van rusten word ik alleen maar moe! Nu ben ik al weer een tijdje op therapeutische basis aan het werk. Thuis (op mijn schitterende nieuwe computer) gaat dat nog het best. Theo heeft me gevraagd een informatieboekje voor onze huurders te schrijven. Dat ligt al een paar jaar in de planning, maar we hebben er eigenlijk nooit tijd voor gehad, want het is een hele klus. In dat boekje moet het hele beleid van de woonstichting op een begrijpelijke manier worden uitgelegd zodat onze bewoners precies weten wat hun rechten en plichten zijn. Wat wél en niet mag. Wat de stichting doet en wat ze zelf moeten doen.

Theo heeft mij gevraagd om eens kritisch naar de huidige voorschriften te kijken en de regels zodanig aan te passen dat deze recht doen aan de klantvriendelijkheid waar De Schakel voor staat. En dat vind ik ècht geweldig om te doen. Ik weet ook dat ik wat tegenstand van collega’s zal ondervinden omdat dat betekent dat regels die jarenlang als leidraad hebben gefungeerd in hun kontakten met de klanten nu overhoop worden gegooid. En verandering is altijd lastig. Maar in goed overleg met de verschillende afdelingen komt er een handig boekje en het nieuwe, veel klantgerichter, beleid slaat goed aan!

Bewonersblad

Ook verricht ik wat hand- en spandiensten voor het volgende bewonersblad. Ik heb dat werken zo vreselijk hard nodig om me lekker te voelen, dat ik zonder erg weer veel te veel doe. Hans heeft dat natuurlijk wel in de gaten en af en toe is hij behoorlijk nijdig op me. "Je moet goed zo doorgaan, dan kan ìk je straks weer naar het ziekenhuis brengen. Hoe vaak moet je het nu nog oplopen om het tot je botte hersens te laten doordringen dat je rustig aan moet doen. Hoe denk je dat ik me voel als ik thuiskom en je ligt weer als een slappe vaatdoek op de bank. Ik zie verdomme toch dat je jezelf weer aan het uitputten bent!" brult hij kwaad.

"Ik wil werken voor mijn geld!"

Ik weet dat hij gelijk heeft, maar ik geef dat vàst niet toe. "Als ik niet meer kan werken, dan breng je me maar naar een inrichting want dan word ik stapelgek! Dat moet je nu toch zo langzamerhand wel weten. Ik ben hartstikke bang dat ik straks afgekeurd word! En voor je er erg in hebt is het jaar voorbij en zit ik in de WAO. Nou móói niet! Ik wil werken voor mijn geld!", antwoord ik opstandig. Hans schudt met zijn hoofd en kijkt me hulpeloos aan: "Het is geen griepje hoor, dat je gehad hebt. Je hebt een chronische ziekte, Fried! Je weet wel, een ziekte die nooit meer over gaat!" Maar ik wil daar niks van weten, eigenwijs als ik ben, wuif ik zijn bezwaren voor de zoveelste keer opzij.

Hans blijft de hele avond chagrijnig en ik, ik ga nog even naar beneden. Nog héél even doorgaan. Vooral doorgaan!