Home

Aflevering 39 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"

Gerda

Het eerste dat ik de volgende dag doe is Gerda bellen. Luchtig neemt ze op en in eerste instantie doet ze erg nuchter, alsof het om een verkoudheid gaat. Maar ik weet wel beter. Dit gaat je niet in je kouwe kleren zitten. Ze heeft drie kleine kindjes en het vooruitzicht op chirurgische ingrepen, chemokuren en bestralingen is natuurlijk vreselijk. "Ja, maar voor dezelfde prijs is het goedaardig Frieda, en daar ga ik maar gewoon vanuit", zegt ze flink. Als ik even doorpraat vertelt ze dat ze de ene keer positief denkt en dat ze de andere keer zichzelf al met een kale knar ziet. "Die onzekerheid hè, dat knaagt aan je", geeft ze toe.

Ik moet aldoor aan haar denken, het laat me gewoon niet los. Zo'n leuke meid, verdomme waar is die ellende toch allemaal goed voor? Ik realiseer met ook dat Gerda precies zo reageert als ik, toen ik op de uitslag van die baarmoederoperatie wachtte. Ook ik wilde me flinker voordoen dan ik was en hield de familie er zoveel mogelijk buiten. Maar nu weet ik wel beter. Nu pas weet ik wat het betekent als je de steun van je familie en vrienden hebt. Die heb je heel hard nodig.

De hele week ben ik als het even gaat achter de computer te vinden. Ik moet nog een boekhoudprogramma in elkaar draaien voor de boekhouding van mijn zwager die dit jaar een eigen bedrijf gestart is. Op mijn vorige computer kon ik het wel aardig bijhouden, maar met deze is veel meer mogelijk. En ik wil alles eruit halen wat er in zit. Ik ben net een klein kind, als Hans thuis is, zorg ik dat ik als een braaf meisje netjes boven televisie zit te kijken. Maar hij is niet achterlijk en heeft donders goed in de gaten dat ik me weer veel te druk maak. Maar ik voel me zo lekker als ik bezig ben...... Wanneer heb ik dàt toch eerder gehoord?

Naar het feest

Hans neemt de weken tussen Kerst en Nieuwjaar vrij. Vanavond gaan we naar een personeelsfeestje van mijn werk. Mijn bezorgde echtgenoot wil liever niet dat wij gaan, omdat hij denkt dat ik dat nog niet aankan. Maar ik wil zó graag mijn collega's weer zien, dat ik uiteindelijk tòch mijn zin krijg. Helemaal opgedoft gaan we richting Bovenkarspel. De zwarte kringen onder mijn ogen heb ik met een camouflagestift weg weten te poetsen en ik zie er geweldig uit, al zeg ik het zelf. Met een dikke laag make-up lijk ik heel wat. Ik heb een zwarte avondjurk aangetrokken, maatje 38, jazéker, met een glittervestje eroverheen. Ook Hans heeft zichzelf in zijn mooiste kostuum gehesen met een heus strikje om zijn nek en dat alles vanwege het feit dat er een casinoavond is georganiseerd. Wij gaan maar voor een paar uurtjes, want weet Hans al, langer red ik het toch niet.

Als we binnenkomen worden we al direct staande gehouden door de vrouw van een collega. Belangstellend vraagt ze hoe het met me gaat. Ze vindt dat ik er hartstikke goed uit zie! Dank je wèl! We staan zeker tien minuten te kletsen en zo lang kan ik eigenlijk nog niet achterelkaar staan. Ik excuseer mij met een smoes en ga snel naar binnen, zeg mijn collega's met een handbeweging gedag en ga zitten. Bijna iedereen is er vanavond en ze komen om de buurt even naar ons toe om een praatje met mij of Hans te maken. Na een poosje beginnen de stemmen om mij heen in elkaar over te vloeien en wordt het zwart voor mijn ogen. Ik doe mijn uiterste best om de schimmige beelden om te vormen tot heldere gezichten, maar dat kost ontzettend veel moeite. Dit gaat niet goed! Ik waarschuw Hans en snel gaan we naar buiten, waar hij me op moet vangen omdat ik van de wereld dreig te raken. Het zweet breekt me aan alle kanten uit. Ik wil naar huis!

Ontkenning

Eenmaal thuisgekomen dringt het tot mij door dat ik wéér aan het ontkennen ben dat ik ziek ben. Iedere keer als iemand me vraagt hoe het met me gaat, roep ik "hartstikke goed" en probeer dat met een blije blik in mijn ogen te onderstrepen. Hans is het zat en woedend kijkt hij me aan. "En nu is het over!", roept hij kwaad. "Verdomme Frieda, je bent weer hélemaal verkeerd bezig. Je lijkt wel een klein stout kind dat alles wat moeder zegt aan haar laars lapt. Je zit zwaar onder de medicijnen, je eet niet en slaapt niet, en tòch maar roepen dat het zo geweldig met je gaat. Denk je nu heus dat je zo sneller beter wordt?" Die avond heb ik een knop omgedraaid. Het kwartje is gevallen en ik ben vast van plan om beter naar Hans te luisteren en mij wat meer aan de leefregels te houden.

Deze week zouden we samen met Rob en Gerda naar een concert van René Fröger gaan. Maar gezien de recente gebeurtenissen en mijn belofte aan Hans om mij beter te gedragen, hebben we besloten om niet te gaan. En ik vind het toch jammer! Toen we boekten heb ik meteen de cd van René keer op keer opgezet om de teksten uit mijn hoofd te leren zodat ik tijdens het concert uit volle borst mee kan zingen. Rob en Gerda gaan wèl. Voor hen is dat een mooie afleiding, maar of ze er veel van zullen genieten? Dat betwijfel ik. Want over een paar dagen zal er bij Gerda een stukje weefsel worden weggenomen en op borstkanker worden onderzocht.