Home

Aflevering 36 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"

December 1995

Het is vandaag 5 december. Zie de maan schijnt door de bomen! Ik hoop niet dat het ziekenhuis met een Sinterklaas of zwarte Piet op komt draven, want dat vind ik toch zó kinderachtig! Gelukkig hoor ik van de nachtzuster, dat ze dat dit jaar hebben afgeschaft. Wel worden we vandaag extra verwend. In het verpleegschrift houden de zusters onze vorderingen in rijm bij. De ene rijm nog mooier dan de ander. Bij het ontbijt krijgen we een chocoladeletter en later op de dag een heus Oranjebittertje. Ik lust nog niet zoveel, dus aan mij is het niet besteed. Maar toch wel aardig!

Mijn schoonzusje Martha komt vanmiddag op bezoek. Ze heeft hartstikke lief cadeautjes voor mij en voor Hans en de jongens meegenomen. En ook zij heeft een rijm gemaakt. Zij toont zich bezorgd en zegt me dat ik voortaan beter op mezelf moet letten en niet meer zo hard moet werken. "Je moet goed naar je lichaam luisteren, Frieda." En natuurlijk heeft ze gelijk en natuurlijk zal ik dat ook doen, als ik straks uit het ziekenhuis kom. Maar voor hoe lang? De tijd zal het leren.

Nog meer leuke verrassingen

Een half uur later komt er nog een kadootje binnen. Een heerlijk flesje eau de toilette met een anonieme rijm. Maar aan de tekst kan ik zien, dat Liesje de afzender is. Wat is dàt allemaal hartstikke leuk! En of ik nog niet genoeg verwend ben vandaag, heeft ook Hans kadootjes meegenomen. Van hem en de jongens en alsof het niet op kan ook van Rob en Gerda, weer mèt rijm. Als Hans weg is, bedenk ik dat ik mezelf gelukkig mag prijzen met zoveel aandacht en warmte. Al die kaarten die dagelijks in grote hoeveelheden binnenkomen, al dat bezoek. Zelfs mijn vader en Adriaan, die helemaal niets van ziekenhuizen en ziektes moeten hebben, komen regelmatig bij me langs. Adriaan doet heel erg haar best en maakt mooie fruit- en bloemcreaties voor me. Op deze manier geeft ze aan hoe bezorgd ze is om mij. Mijn vader kan zich helemaal niet uiten en houdt het gesprek meestal luchtig door geintjes met de verpleegsters te maken. Of door over heel andere zaken te praten, bij voorbeeld over zijn overwinningen tijdens de viswedstrijden of zo. Als het maar niet over ziektes gaat, dan vindt hij het wel best. Soms heb ik het daar wel moeilijk mee, maar aan de andere kant weet ik dat het er gewoon niet inzit.

Hans heeft energie voor tien

Hans ondervindt thuis van alle kanten steun van familie en vrienden. Elke avond als hij thuiskomt uit het ziekenhuis staat de telefoon roodgloeiend. Hij heeft het er maar druk mee. Het huishouden, eten koken, de was, de jongens helpen met van alles en nog wat en dan ook nog elke dag bij mij op bezoek! En dan zijn werk natuurlijk. Die promotie is leuk, maar hij moet zich wel bewijzen. Hij heeft zwaardere projecten gekregen en dat vergt toch zeker in het begin wat extra’s van hem. Maar ik hoor hem niet. Hans heeft energie voor tien en slaat zich er ogenschijnlijk makkelijk doorheen. Wat er precies in hem omgaat weet ik niet. Hij doet naar mij toe zo luchtig mogelijk. En toch merk ik dat het niet allemaal gaat zoals hij zou willen. Maar waar precies het probleem zit: ik weet het niet. Ik kan mijn vinger niet op de zere plek leggen.

Ik krijg deze week de verrassing van mijn leven als mijn ietwat weerbarstige zoon Marcel, die vreselijk worstelt met zijn puberteit, volkomen onverwacht met een vriendje binnen komt wandelen. Het is geen bezoektijd, maar hij mag van de verpleging toch even naar binnen om zijn moeder gedag te zeggen. Héérlijk om hem weer even te zien. Hij oogt heel vrolijk en uitgelaten en zegt dat het hartstikke goed met hem gaat.

Niks te klagen

Nu het ook met mij weer een stuk beter gaat, realiseer ik me dat ik niks te klagen heb. Er hebben inmiddels heel veel verschillende patiënten naast me gelegen, met allemaal even vervelende en soms heel ernstige aandoeningen. Ik heb ondertussen een leuke band opgebouwd met een patiënte die naast mij ligt. Zij is van mijn leeftijd. Vorige week is bij haar geconstateerd dat ze maagkanker heeft. Ze heeft vreselijke maagpijnen en kan niets binnenhouden. Vandaag heeft ze een echoscopie gehad en degene die dat bij haar deed vertelde dat hij dacht dat er geen uitzaaiingen waren en dat er dus hoop voor haar is. Ze is duidelijk opgelucht en we zijn allebei uitgelaten vrolijk. Maar als de internist bij haar langs komt en zegt dat hij haar en haar man graag in zijn kamer wil spreken, slaat de twijfel toch weer toe. Als ze terugkomt is ze flink overstuur en gaat zonder wat te zeggen naar haar bed en haar man doet meteen de gordijnen dicht. Ik vrees het ergste. De volgende dag vertelt ze mij dat er toch uitzaaiingen zijn en dat zij zodra zij aangesterkt is, geopereerd moet worden. Maar dat de kans op genezing heel klein is. Ik geloof dat zij verdomd blij zou zijn als zij met prednison genezen kan worden. Het zet mij tenminste met beide benen op de grond. Ik zielig? Kom nou!