Home

Aflevering 34 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"

Nog steeds in het ziekenhuis

De koorts loopt zoals gewoonlijk om deze tijd hoog op en als Hans weggaat lig ik weer te baden in het zweet. Als ook het bezoek van de oude demente mevrouw naast me weg is, wordt ze onrustig. Ik heb de gordijnen om mijn bed dichtgetrokken en door een kier zie ik dat ze het infuus van de bloedtransfusie uit haar pols aan het trekken is. Ik bel direct om een zuster, maar dat duurt mij te lang. Ik strompel mijn bed uit en roep in de gang om hulp.

De verpleegster komt in allerijl aangerend en helpt het dametje weer in bed en bezweert haar dat ze dat niet meer mag doen. Maar binnen tien minuten staat ze weer naast haar bed te rukken aan de infuusslangen. "Waar ben ik toch, wat zijn dit voor gekke draden?", roept ze in paniek. En weer hol ik met mijn klamme lijf de gang op, op zoek naar hulp. Nadat ze de zieke vrouw weer in bed heeft gekregen, komt de verpleegster naar me toe. Ik ben drijfnat en mijn hart gaat als een idioot te keer. "U hoeft ons echt niet te komen halen, mevrouw Ruitenberg. Die mevrouw is niet ùw verantwoording!", probeert ze me gerust te stellen. Maar ik kan toch onmogelijk toezien dat ze het infuus eruit trekt en vervolgens wegloopt? Maar ze bezweert me dat ik alleen maar om hulp hoef te roepen door op de bel te drukken.

Gekkenhuis

Die hele avond is het een gekkenhuis op de afdeling. De vrouw is compleet in de war en blijft maar roepen dat ze naar huis, naar haar (overleden) man wil. Meters verband haalt ze iedere keer van haar arm om de infuusnaald eruit te kunnen trekken. Pas als de nachtzuster komt, wordt ze naar een andere kamer gebracht. Gelukkig, even rust. De volgende morgen komt ze weer terug, maar dan zonder infuus. Dus als ze nu wegloopt, hoef ik me niet meer zo ongerust te maken!

's Morgens heb ik slechts een lichte verhoging, dus de Prednison werkt! Omdat ik nu al ruim twee weken geen ontlasting heb gehad en ook de laxeermiddelen niet helpen, krijg ik een klysma toegediend. Jammer genoeg vlak voor het middagbezoek. Mijn darmen doen het gewoon niet meer en als ik op het toilet zit denk ik terug aan de geboorte van Marcel, dat was een makkie vergeleken met dit! Ik denk dat ik zo'n drie kwartier op het toilet heb vertoefd als ik volkomen uitgeput mijn bed weer opzoek. Tjonge, jonge, even bijkomen hoor!

Bezoek

Marianne en Liesje komen op bezoek en ik verheug me op hun komst. Ik lig nog bij te komen van het toiletdrama als Marianne binnenkomt. Ik zie er zeker slecht uit want ze schrikt zich rot. "Gaat het niet?", vraagt ze lief. Ik leg haar uit dat ik alleen even bij moet komen, maar dat het al een stuk beter met me gaat. Ook Liesje komt nu binnen en voor we het weten gaat het gesprek over het werk. Héérlijk. Ik heb dat zo gemist. Liesje heeft wat leesvoer voor me meegenomen en ik realiseer me dat ik al die tijd nog geen letter heb gelezen. Geen krant, geen leugenblaadje, helemaal niks. Liesje blijft wat langer dan toegestaan, maar de verpleegsters vinden het prima en ik ook uiteraard. Want het gaat met de minuut beter met me. Ik heb géén koorts meer!

De koorts is gedaald

Als Hans 's avonds met zijn moeder op bezoek komt, weet hij niet wat hij ziet. Ik zit waarachtig overeind in bed! Hans is dolgelukkig dat de medicijnen aanslaan en ik weer terugkeer naar het rijk der levenden. 's Avonds neem ik zoals gebruikelijk een slaappil en hoopvol doe ik het licht uit. Misschien kan ik nu ook weer slapen? Maar helaas, langer dan een uur duurt het weer niet. Dan lig ik weer klaarwakker naar het plafond te staren. Ik heb ook nog steeds zo'n verdomde dorst en moet daardoor zo vaak naar het toilet! Ik ben altijd blij als de nachtzuster om een uur of zes de zaal opkomt met een kopje thee. Lekker. Thee is zo'n beetje het enige vocht dat ik behalve water lust. Zo'n koffieleut als ik ben, zo vies vind ik het nu! Ze telt mijn polsslag: 70, Keurig! Ze meet mijn temperatuur: 36,5! Geweldig!

Weer beter

Ik word weer beter. Het gaat nu heel hard. M'n gewrichts- en spierpijnen zijn over, ik hoest niet meer, de pijn in mijn zij is weg, de huiduitslag wordt met de dag minder, ik kan weer licht in mijn ogen verdragen en ik heb geen hoofdpijn meer. Ik heb alleen nog zo'n vreselijke dorst en ook de eetlust is nog niet terug. Toch eet ik zo nu en dan wat, want anders moet ik aan het infuus en dat wil ik niet. Maar het zijn alleen een paar muizenhapjes! Van de diëtiste krijg ik af en toe een fruithapje, maar die schuif ik zo door naar m'n demente buurvrouw, die daar hartstikke gek op is.

Zij denkt dat wij samenwonen in een prachtige flat met mooi uitzicht op het station van Hoorn. “Wat mooi hè, die lichtjes aan de overkant! Wat een mazzel dat we deze woning hebben gekregen!” Als ik haar keer op keer vertel dat ze in Lutjebroek woont is ze telkens weer stomverbaasd. "Oh ja? En sinds wanneer woon ik daar dan?", vraagt ze me dan. Nu het wat beter met me gaat, vind ik het eigenlijk wel leuk, zo'n lief vrouwtje dat compleet de kluts kwijt is. Als ik haar voor de zoveelste keer de weg naar het toilet wijs is ze weer even enthousiast als de vorige keer over het gemak van een toilet in de woonkamer!

De verpleegsters hebben haar ook in hun hart gesloten en laten haar zo af en toe meehelpen met de koffieronde. Vanmiddag mag ze mee om twee rolstoelpatiënten naar de rookruimte beneden te brengen. Omdat ze zo snel de lift induikt en de deuren zich direct achter haar sluiten, gaat ze alleen met de geschrokken rolstoelpatiënt naar beneden. De liftdeur opent zich echter niet op de begane grond, maar op de 2e verdieping. Vol goede moed en met een grote vanzelfsprekendheid stapt ze uit en begint een rondtocht door het voor haar onbekende ziekenhuis. Gelukkig trekt ze al gauw de aandacht en worden ze alsnog begeleid naar de begane grond. Tot grote hilariteit van het overige ziekenhuispersoneel overigens! Maar soms heb ik het er best wel druk mee, want ze heeft enorm veel aandacht nodig en vertelt me keer op keer hetzelfde verhaal.