|
|
Aflevering 32 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"In het ziekenhuis Het eten lukt moeizaam, aan de ene kant door die droge mond en aan de andere kant omdat ik mijn vork niet meer naar mijn mond kan brengen. Mijn pols- en ellebooggewrichten zijn zo pijnlijk dat ik ze maar nauwelijks kan bewegen. Ik heb mijn sieraden af moeten doen omdat ze mijn gezwollen vingers en polsen afknellen. Na het eten stap ik onder de douche, die gelukkig direct naast mijn bed is. Als ik me heerlijk heb ingesopt en het hete water over mijn lichaam heb laten stromen, ben ik al zo vermoeid dat ik niet meer in staat ben om me af te drogen. Ik stort me poedelnaakt op mijn bed om even bij te kunnen komen en trek snel de dekens over mij heen. Na een minuut of tien doe ik nogmaals een voorzichtige poging om mijn nog iets vochtige lijf af te drogen en mijn nachtjapon weer aan te trekken. Mazzel dat mijn bed nog verschoond moet worden! Drijfnat Gelukkig heeft Hans een stuk of vijf pyjama's meegegeven, want ook deze nacht heb ik mij verschillende keren moeten verschonen omdat ik drijf- en drijfnat was van het transpireren. De zusters die mijn bed komen verschonen, spreken mij vermanend toe: "Waarom roept u ons dan niet, mevrouw Ruitenberg. U bent toch veel te zwak om zelf te douchen. Daar zijn wij toch voor!" Ik ben stomverbaasd. Mijn verpleegervaringen in ditzelfde ziekenhuis zijn niet om over naar huis te schrijven. En nu dit. Zo vriendelijk als ze hier allemaal zijn. En dat niet alleen. Ze nemen alle tijd voor de patiënten en gaan veel verder dan alleen verpleegkundige handelingen. Als het nodig is zijn ze ook nog bereid om voor kapster te spelen en zetten dan geduldig de haren van de patiënten in met krulspelden om ze even later uit te borstelen en tot een prachtig kapsel om te vormen. Ik ben behoorlijk onder de indruk. Bezoek Om half elf komt de post en er zitten zowaar al een paar kaarten voor mij bij. Wat is dàt leuk! Na het middagdutje, (ik heb natuurlijk weer niet geslapen) fris ik me wat op voor het bezoekuur. Onze oudste zoon komt! Ik ben flink nerveus, want ik vind het vreselijk dat hij z'n moeder zo moet meemaken. Ik ben normaal gesproken toch een vrij onafhankelijk persoontje en nu lig ik hier maar, zo hulpeloos en nietig. Ik kan er niks aan doen, maar zodra hij binnenkomt begin ik te huilen. Dat is voor het eerst trouwens, sinds ik hier lig. Ik duik helemaal onder de dekens zodat hij me niet kan zien. Pas als ik denk dat ik hem weer met goed fatsoen onder ogen kan komen, steek ik mijn hoofd weer voorzichtig boven de dekens en begin van ellende te lachen. Hoewel hij natuurlijk erg bezorgd is om zijn moeder, kan hij er gelukkig ook nog om lachen. We praten wat over zijn studie. Dennis is begonnen met een HEAO-opleiding en het gaat gelukkig allemaal hartstikke goed. Hij heeft net zijn eerste tentamens afgelegd en is tevreden over de resultaten. Ik ben zó verschrikkelijk trots op hem. Hans heeft het zo geregeld, dat ik niet meer dan één persoon op bezoek krijg en daar ben ik blij om. Met meerdere personen tegelijk praten is ontzettend vermoeiend. Ik kan geen licht in mijn ogen verdragen en lig bijna de hele dag met een nat washandje op mijn hoofd. Als mijn tante en oom op bezoek komen, zie ik in een waas ook mijn buren binnenkomen, die onverwachts, maar goedbedoeld, bij me langs wilden komen. Gelukkig begrijpen zij direct dat ik niet zoveel bezoek kan hebben en gaan ze rechtsomkeert weer weg. Onderzoeken Ik ontvang heel veel post en voordat ik er erg in heb is de hele muur achter mijn bed behangen met vrolijke beterschapkaarten, volgeschreven met bemoedigende en meelevende woorden. Dat doet een mens goed! De reumatoloog is langs geweest en heeft opdracht gegeven voor verschillende onderzoeken. Een longfoto, een hartfilmpje, een lipbiopsie, een spierbiopsie, een Schirmertest voor het meten van het traanvocht, urine- en heel veel bloedonderzoek. Voor de Schirmertest moet ik naar de oogarts. En nu lig ik in het ziekenhuis van mijn goede vriend de Egyptenaar! Nou, ziek, zwak en misselijk, maar ik weet wel dat ik dáár niet naartoe wil. Geen denken aan dat ik ooit nog naar die oogarts ga. In zijn land is het misschien heel normaal om vrouwen minderwaardig te behandelen, maar we zijn hier in Nederland en ik laat me dat niet meer welgevallen. Ook niet als ik ziek ben, zéker niet als ik ziek ben. Gelukkig hebben ze daar wel begrip voor, dus mag ik naar een ander. Een geweldig aardige arts, die me al neuriënd onderzoekt en mij zelfs aankijkt als hij met mij praat! Uit de Schirmertest blijkt dat mijn ogen heel erg droog zijn. Ik hoor hem iets mompelen over een waarde van 0. Geen idee wat hij daarmee bedoelt. Bijna dagelijks wordt er bloed afgenomen voor onderzoek. De bloedbezinking is heel hoog. Ik hoor de internist zeggen dat de bezinking 112 is terwijl een waarde van rond de 7 normaal is! Ook mijn lever is blijkbaar ontstoken. Veel meer vang ik trouwens niet op van de gesprekken tussen de internisten onderling, en ik heb ook geen puf om ernaar te vragen. Het gaat allemaal een beetje langs mij heen. |
|
| CIB zijn ernstige aandoeningen.
Het stellen van de diagnose is een zaak van de huisarts of de specialist. Voor medisch advies, raadpleeg uw arts. | |