|
|
Aflevering 31 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"De waarnemend huisarts Hij denkt dat ik prednison moet hebben, maar mag dat zelf niet voorschrijven, althans niet in de hoeveelheid die hij denkt dat ik nodig heb. Hij vraagt me of ik maandag naar de dermatoloog wil die mij voor LE onder controle heeft, of dat ik wil wachten tot mijn eigen huisarts terugkomt. Maar dat duurt nog zeker twee weken en dat zie ik helemaal niet zitten. Ik zeg hem dat ik maandag liever naar de dermatoloog ga. De bezorgde waarnemer staat op en maakt direct een afspraak met mijn huidarts en aansluitend met de internist. "Laten jullie nog wat van je horen, ik wil graag weten wat er precies aan de hand is", zegt hij meelevend ten afscheid. Een verschrikkelijk WE Dit weekend is een waar drama. Ik heb een gemene bonkende hoofdpijn, die zich een weg baant vanachter mijn linkeroogkas dwars door mijn schedel heen. Elk toiletbezoek is een ware martelgang omdat ik nauwelijks op mijn benen kan staan. Maar ik moet zo vaak omdat ik zoveel drink. Ik hoest mijn longen uit mijn lijf en daarbij heb ik het gevoel alsof al mijn ledematen als losse eindjes aan mijn lichaam zitten. Elk plekje lijkt wel zeer te doen. Die zondagavond raak ik lichtelijk in paniek als ik een onwezenlijk gevoel over me heen krijg. "Hans, Hans", stoot ik nauwelijks hoorbaar uit. Gelukkig hoort Dennis mij roepen en rent naar boven naar zijn vader. Hans komt direct naar me toe en vraagt wat er aan de hand is. Zachtjes snikkend zeg ik dat ik bang ben om in coma te raken. "Ik word zo zweverig, ik ben zo bang!" Ook hij krijgt het nu spaansbenauwd!" Moet ik de dokter bellen? Wat moet ik doen, Frieda, zeg het dan!" Maar ik weet het niet. Morgen ga ik immers naar de dermatoloog en die zal wel weten wat er gebeuren moet "laten we maar niet in paniek raken. Het komt wel goed", probeer ik hem te kalmeren. Als hij weggaat neem ik het mezelf behoorlijk kwalijk dat ik me zo heb laten gaan en hem en de jongens zo heb laten schrikken. Naar de dermatoloog en de internist Het is nu maandagmiddag en ik stap klapperend van de koorts en de kou bij Hans in de auto op weg naar onze afspraak met de dermatoloog en de internist. Het is druk in de wachtkamer. Met mijn hoofd gebogen leun ik tegen Hans aan omdat ik bang ben dat ik anders niet op mijn stoel kan blijven zitten. Ik heb het gevoel alsof iedereen ons aan zit te staren. Bàh! Kijk alsjeblieft een andere kant op. Gelukkig roept de assistente ons vrijwel onmiddellijk binnen. De dermatoloog knikt me vriendelijk toe en vraagt of ik me uit wil kleden en op de onderzoekstafel wil gaan liggen. Hans helpt me, want zelf ben ik daar te zwak voor. Ik ga in mijn ondergoed op de tafel liggen en vraag tandenklapperend om een glas water. Oh, die eeuwige dorst! De arts onderzoekt me en constateert dat ik wel vijf verschillende soorten huiduitslag tegelijkertijd heb. Hij stelt ons vele vragen. Hoe lang al ziek, welke medicijnen en sinds wanneer slik ik die dan, de uitslag van het bloedonderzoek, wat voor gewrichtsklachten, en ga maar door. Hij besluit om de internist erbij te roepen en zegt ons dat ik zo snel mogelijk zal worden opgenomen in het ziekenhuis. Ook de internist is het met hem eens en de volgende dag lig ik in het ziekenhuis op de afdeling Interne Ziekten. Opname in het ziekenhuis Hans, die een uitgelezen geheugen voor gezichten heeft, herkent de zuster die het zogenaamde intakegesprek voert meteen. Als klein meisjes speelde zij vroeger veel bij ons in de straat. Het gesprek dat hij met haar heeft gaat een beetje langs me heen. Ik zit in een rolstoel en wil eigenlijk het liefst zo snel mogelijk mijn bed in. Ook de keukenhulp komt langs om te vragen wat ik eten wil. Eten! Doe me een lol zeg! Water, dat is het enige dat ik hebben wil. Water, liters vol. Ze noteert voor mij een kwart licht verteerbare maaltijd en een crackertje als broodmaaltijd. Maar het lukt niet. De warme maaltijd laat ik staan en het crackertje blijft achter mijn huigje hangen. Met een paar glazen water krijg ik het met moeite weggespoeld. Dan maar niks, ik heb toch geen trek. De assistent-arts onderzoekt me grondig en maakt aantekeningen. Als de koorts hoger is dan 38.5 graden, moet er een bloedonderzoek gedaan worden. Dan wordt er in het laboratorium bepaald of er sprake is van een bacteriële infectie. Nog diezelfde middag kunnen ze aan de slag, want de thermometer wijst 40.6 uit. Dit onderzoek moet nog vier keer herhaald worden om er zeker van te zijn dat het om een auto-immuun aandoening gaat. Hans komt op bezoek, maar ik ben nauwelijks aanspreekbaar. Die avond vraag ik om een slaappil omdat ik nog steeds niet geslapen heb en dodelijk vermoeid ben. Ik slaap er zeggen en schrijven één uur op, de rest van de nacht lig ik weer klaarwakker. Ik denk dat ik er wel 20 keer uit geweest ben om naar het toilet te gaan. Toch ben ik de volgende morgen frisser dan de avond ervoor. |
|
| CIB zijn ernstige aandoeningen.
Het stellen van de diagnose is een zaak van de huisarts of de specialist. Voor medisch advies, raadpleeg uw arts. | |