|
|
Aflevering 30 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"Nog steeds ziek Margret komt me een bloemstukje brengen. Niet omdat ik ziek ben, maar omdat ik vorige week een leuk logo voor haar vaders bedrijf ontworpen heb. Ik vind het hartstikke lief van haar, maar als ze weggaat ben ik opgelucht. Het goed bedoelde bezoek was behoorlijk vermoeiend en ik geneerde me een beetje vanwege de onfrisse koortslucht in de slaapkamer. Het is vandaag de vijfde dag, maar de koorts wil niet erg zakken. Ik besluit om Marian nog eens te bellen. Die was tenslotte een dag na mij ziek geworden, dus ik kan goed vergelijken. Hoewel ze nog lang niet de oude is, heeft ze alweer eten gekookt en zelf ook wat gegeten. Ze heeft nog een lichte verhoging, maar de ergste klachten zijn weg. Bij de gedachte aan eten, word ik al onpasselijk en langer dan vijf minuten mijn bed uit kan ik ook niet. Ik begin weer aan mezelf te twijfelen. Zie je nu wel, je bent gewoon een ontzettend kinderachtig en kleinzerig mens en je stelt je maar wat aan. Kom op, je bed uit en ga wat dóen Frieda! Kreunend en steunend, want mijn knieën willen niet meer, kom ik mijn bed uit. Ik kruip als het ware de trap op naar de woonkamer en plof op de bank neer. Zo, die hindernis heb je gehad. Even bijkomen. Het zweet breekt me uit en ik begin weer vreselijk te klappertanden. Niet zo aanstellen, Frieda. Gewoon doorgaan! Ik sleep mezelf voort naar de keuken om een beker thee te maken. Polsslag: minimaal 130! Met trillende handen schenk ik de hete thee in. Goed zo! Maar hoe moet ik nu die enorme afstand (vijf meter) van de keuken naar de bank in de woonkamer overbruggen? Het lijkt wel uren te duren. Maar ik red het. Ik zit! Vooruit, Frieda, ga maar even op de bank liggen. Je hebt tenslotte hard gewerkt! Temperatuur: 40,7 De thee, waarvoor ik zo mijn best gedaan heb, laat ik koud worden. Ik heb geen puf meer om het op te drinken. Enkele uren later lig ik volkomen uitgeput in bed. Temperatuur: 40,7. En dat verbeeld ik mij ècht niet. Dat zijn gewoon harde cijfers. Misschien duurt de griep bij mij wat langer omdat ik zo'n lage weerstand heb. Dat zal het zijn. Hans komt thuis en zorgt voor het eten. Ik heb nog steeds geen eetlust en daarom maakt hij een beschuitje voor me klaar. Maar ik heb zo'n vreselijk droge mond, dat ik dit niet naar binnen kan werken. Ik stik er bijna in. Hans vertrouwt het niet langer en wil de dokter bellen. "Je hebt nu al vijf nachten niet geslapen, je eet niet, je temperatuur is idioot hoog, je kunt nauwelijks lopen en je benen zitten onder de vlekken, Fried" zegt hij wanhopig. Ik zucht nog eens diep en kijk hem lodderig in de ogen: "Nee Hans," antwoord ik eigenwijs, "laten we nu nog één dag wachten. Het is vandaag precies vijf dagen en als het morgen nog niet over is, dan bel je maar een dokter. Maar nu nog niet. Ik schaam me dood als hij weer voor niks moet komen." De volgende dag belt Hans de dokter. We krijgen weer een andere arts, omdat de onze nog steeds op vakantie is. Deze dokter gaat naast me op bed zitten en vraagt me om precies te vertellen wat er aan de hand is. Uitgebreid vertel ik hem over mijn klachten en het feit dat vorig jaar de diagnose subacute LE is gesteld. Hij neemt alle tijd voor me en onderzoekt me nauwkeurig. Hij wil dat er een bloedonderzoek gedaan wordt, want: "deze huiduitslag krijg je niet door de griep en het duurt al veel te lang. Ik heb geen ervaring met LE-patiënten in de actieve fase van de ziekte, maar ik denk eerlijk gezegd, dat dat bij jou het geval is". Steeds slechter De volgende morgen komt er iemand langs van het laboratorium om bloed af te nemen. Het gaat steeds slechter met me, de huiduitslag breidt zich uit en neemt vele verschillende vormen aan. Als ik naar het toilet moet, dan moet Hans me helpen omdat ik niet meer zelfstandig kan lopen. Ik heb vreselijk veel pijn en ook de koorts wil niet zakken. Heleen belt me op om te vragen of mijn collega Jerry bij me langs mag komen. Er moeten namelijk wat betalingsopdrachten getekend worden. Natuurlijk mag hij langskomen. Ook nu geneer ik me weer voor de koortslucht die er in mijn slaapkamer hangt. Ik moet mij 's nachts regelmatig verschonen omdat het transpiratievocht mij bijna uit bed doet drijven. Maar het raam kan niet open om eens lekker door te luchten, omdat ik dan lig te klapperen van de kou en Hans bang is dat ik dan een longontsteking opdoe. Jerry overhandigt mij de documenten en ik worstel mijzelf overeind om ze te ondertekenen. Na iedere handtekening moet ik even bijkomen. Dat valt tegen! Zelfs zo'n eenvoudige handeling lukt me nog maar nauwelijks. En als hij weg is heb ik zeker een uur nodig om weer bij mijn positieven te komen. Wat een inspanning! Geen virus Die avond voert Hans me wat stukjes fruit, die ik maar zeer moeizaam naar binnen krijg. "Je moet wat eten Fried, anders ga je eronderdoor. Doe het dan voor mij!", dringt hij aan. "Laat me maar met rust, lieverd, het komt wel weer goed. Maar laat me maar even met rust!", smeek ik hem zachtjes. De volgende morgen komt de waarnemende huisarts en vertelt me dat er geen virus in mijn bloed gevonden is. |
|
| CIB zijn ernstige aandoeningen.
Het stellen van de diagnose is een zaak van de huisarts of de specialist. Voor medisch advies, raadpleeg uw arts. | |