Home

Aflevering 24 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"

Terug in de tijd...

Nog diezelfde week kon ik bij psychologe Agnes terecht en de eerste sessie heb ik bijna alleen maar gehuild.

Ik kon eerst echt niet aangeven waar ik problemen mee had, ik wist bij god niet waar ik moest beginnen. Ze vroeg me om zo ver mogelijk terug te gaan in de tijd en mijn levensloop op papier te zetten. En dan blijken er zo verschrikkelijk veel oorzaken voor mijn lichamelijke klachten te zijn: mijn moeder overleden toen ik tien jaar was; de daaropvolgende problemen in de gezinssituatie; op mijn zeventiende de deur uit; een huwelijk op mijn achttiende dat nog geen jaar geduurd heeft en dan nog eens al die vreselijke operaties en ziektes... geen wonder.

Tijdens de gesprekken werd één ding steeds duidelijker: Ik voelde mij het beste als ik bezig was. Agnes stelde daarom na enkele maanden intensieve therapie voor om mijn werkkring uit te breiden. En dat was een geweldig idee!

Nieuwe job

In een landelijke ochtendkrant stond een advertentie voor een oproepkracht voor de redactie van diezelfde krant. Dat leek me wel wat en brutaal (ik had geen enkele redactionele ervaring en mijn Nederlands was eigenlijk niet goed genoeg) solliciteerde ik. Eerlijk gezegd denk ik dat het aanbod van kandidaten niet veel kan zijn geweest, want ik werd tot mijn grote verrassing aangenomen.

En zo mocht ik de telefonisch doorgekomen nieuwsberichten uitwerken op de computer. Mijn eerste kennismaking met de p.c. en tekstverwerkingsprogramma’s! Ik had hele leuke collega’s en zag elke dag wel beroemdheden op de redactie. Vaak maakten ze een praatje met ons en zelfs van een telefoontje van Toon Hermans werd ik uiteindelijk niet koud noch warm.

En de Nederlandse taal? Nou, dat leer je daar in rap tempo, want met iedere spelfout werd ik keihard geconfronteerd door mijn collega’s. "De auto is ontploft met een 't' Frieda, want het is ontploffen, weet je nog. Het kofschip. Daar zit een 'f' in!" Oei, oei, ik heb nog nooit zo snel geleerd!

Pijnklachten

Ik genoot met volle teugen van mijn werk. Zie je wel, je mankeert niks! Je moest alleen nog een emmer met ballast leeggooien en dan kun je er weer tegenaan, hield ik mijzelf voor.

En het werkte.

Nadat ik vele maanden psychotherapie had gehad, kwam ik weer helemaal tot rust en kon ik bijvoorbeeld weer met goed fatsoen boodschappen doen, zonder van de zenuwen alles uit mijn handen te laten vallen. Ook die beklemming op mijn keel was verdwenen en ik zag de zon weer aan de hemel schijnen. Alleen die verdomde pijnklachten bleven, maar zoals gezegd had ik daar het minst last van als ik bezig was. Dus ik moest doorgaan! Vooral doorgaan!

Omdat de krant niet elke week evenveel werk had, besloot ik om me ook als oproepkracht bij onze gemeente aan te melden. Soms had ik er weken bij van wel 60 tot 70 uur. En dat kon natuurlijk nooit goed gaan.

Dus toen ik een vaste aanstelling bij het Woningbedrijf van onze gemeente kreeg, gaf ik mijn leuke baan bij de krant op. De kinderen gingen inmiddels naar school en Hans en ik konden onze tijden zo regelen, dat er altijd opvang voor hen was. We hadden het mooi voor elkaar.

Alternatieve behandelingen

Als ik die verdomde pijn in mijn 'sodemieter' maar niet had. Ik kwam steeds vaker bij Dirk terecht en ook ging ik op de alternatieve toer. Zo kwam ik onder behandeling van een iriscopist, een voetreflexoloog, een magnetiseur, een homeopaat en ging ik zelfs naar een laboratorium waar ze aan de hand van een foto van een druppeltje bloed uit mijn duim precies konden zien wat ik mankeerde. Tjonge jonge, volgens het bloedonderzoek was ik op sterven na dood en ik werd met gigantische hoeveelheden vitaminepreparaten en dergelijke weer naar huis gestuurd.

Handenvol geld was ik kwijt. Maar niks hielp. "Nee, mevrouw het moet eerst èrger worden wil u béter worden", hielden ze me allemaal voor. En weer ging ik met voor een vermogen aan 'medicijnen' en diëten naar huis. Op de televisie kwam een uitzending over neuraaltherapie. Door middel van inspuitingen in oude littekens worden dan bepaalde blokkades opgeheven. Nou, dat was het hoor.

Ik barstte immers van de littekens, dus op naar Amsterdam, naar een antroposofische arts. Deze sympathieke man nam alle tijd voor me en behandelde me na een gedegen lichamelijk onderzoek met acupunctuur, hypnotherapie en inspuitingen in de oude littekens en het botvlies. Die injecties waren vreselijk pijnlijk, maar dat interesseerde me niet, als het maar hielp!

Hij deed uitgebreid bloedonderzoek en verwees me voor een sputumtest naar een laboratorium in Bilthoven. Daar las ik in een folder over de aandoening M.E. een vermoeidheidssyndroom. Ik vond de ziekteverschijnselen aardig overeenkomen met de mijne en vroeg of ik dàt misschien had. Maar dat was volgens de antroposoof niet zo.

En toch... het leek er zoveel op. Die vermoeidheid die maar nooit over leek te gaan en die pijnklachten. Vraag me niet wèlk onderzoek wàt uitwees, want dat weet ik niet meer. Maar m'n bloedbezinking was verhoogd, het urinezuurgehalte was te hoog, ik leed aan hypoglycaemie (een te laag bloedsuikergehalte) en er was sprake van een verminderde werking van het afweersysteem.

Dat laatste had ik ook wel zèlf kunnen verzinnen, want ik liep de ene na de andere virusinfectie en ontsteking op. "Maar", zei de sympathieke antroposoof: "je zult nooit last van hart- of vaatziekten krijgen, want dat ziet er allemaal geweldig goed uit!"