|
|
Aflevering 22 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"Functioneringsgesprek Vanmorgen heb ik een functioneringsgesprek met Heleen. Nerveus loop ik achter haar aan naar het kamertje waar we ongestoord kunnen praten. Het gesprek loopt hoog op en wéér prikken de tranen achter mijn ogen en begint mijn kin onbedwingbaar te trillen. Oh, wat kan ik daar toch slècht tegen. Dat gejànk! Waarom laat ik me nou altijd zo gaan als wij met elkaar in gesprek zijn? Ik kan het niet goed uitleggen, maar op de een of andere manier maakt zij mij vreselijk onzeker. En als ze nou ontevreden was over mijn werk, dan kan ik dat nòg begrijpen. Maar dat is ze helemaal niet. Op mijn werk is niets aan te merken! In het voorafgaande gesprek hebben wij elkaar onze knelpunten laten weten. Zo heeft ze mij verteld er moeite mee te hebben dat ik zo slecht tegen kritiek kan. Ik heb daar toen over nagedacht en kan haar niet helemaal ongelijk geven. Ik heb daar inderdaad wel eens moeite mee. Vooral als de kritiek niet opbouwend is. Bovendien wil het ook nog wel uitmaken wìe er commentaar levert. Ik zal proberen daaraan te werken. In datzelfde gesprek heb ik haar verweten dat ik vind dat ze op een autoritaire manier leiding geeft en ook zìj zou hierover nadenken. Maar nu weerlegt ze mijn kritiek door te stellen dat mijn collega's daar anders over denken en dat ik de enige ben die problemen heeft met haar manier van leidinggeven. Daar ga je dan met je goeie gedrag. Ik voel me flink in de steek gelaten. Onderling zijn de meesten het erover eens, maar als puntje bij paaltje komt durft blijkbaar niemand zich daarover uit te spreken. Dus het probleem ligt bij mij! Nou, mij hoor je niet meer. Ik zal voortaan braaf ja en nee knikken. Maar vooral de manier waaròp dit gesprek verloopt. Net alsof ik bij de juf moet komen voor een standje. Het is zo frustrerend te weten dat hoe goed ik mijn werk ook doe, dit geen enkel verschil zal maken in haar houding ten opzichte van mij. Het is mij volstrekt duidelijk: ze mag me gewoon niet! En daar zal ik niets aan kunnen veranderen. Voor iemand zoals ik, die heel erg graag aardig gevonden wil worden en het woordje nee niet in haar woordenschat heeft zitten, is dat moeilijk om mee om te gaan. Ik heb daar ooit eens met een psycholoog over gesproken en zij vroeg mij toen of ìk dan iedereen mag. En nee, natuurlijk is dat niet zo. Volgens haar maak ik het mezelf heel erg moeilijk door te verlangen dat iedereen mij aardig vindt. De een ligt je nu eenmaal beter dan de ander. Maar blijkbaar hebben die gesprekken wat dat betreft niet zoveel geholpen want ik ben nog steeds niet veranderd. Jaarlijks uitje met collega's Enkele dagen later krijg ik de volgende domper. Onze personeelsvereniging organiseert het jaarlijkse dagje uit, dat zoals altijd op een werkdag plaatsvindt. Een rondwandeling door Amsterdam onder begeleiding van een gids, een kroegentocht en daarna een feestelijk diner. Het lijkt me hartstikke leuk. Alleen zo verdomd jammer dat ik dat nog niet kan opbrengen, daar voel ik me gewoon nog niet toe in staat. Ook ben ik er nog niet aan toe om gewoon een wandeling in de buitenlucht te maken. Ik ben nog veel te bang voor de zon en de schade die deze aan kan richten. In het werkoverleg vraagt mijn collega of ik dan gewoon moet werken of dat ik net als hen een vrije dag van de baas krijg. Maar mijn cheffin is daar duidelijk over. "Het bestuur geeft alleen een vrije dag om met het uitje mee te gaan, ga je niet mee, dan moet je zelf een vrije dag opnemen". Ze probeert me nog over te halen om toch maar mee te gaan. Alsof ik dat niet zou willen! Elke maand leggen de leden van de personeelsvereniging een bepaald bedrag in de pot. Als ik niet mee zou willen, deed ik dat toch niet? Emotioneel zeg ik dat ik gewoon niet mee kàn. Liesje kijkt stomverbaasd van mij naar Heleen alsof ze niet kan geloven wat hier gebeurt. Ook zij weet net als ik 100% zeker dat het bestuur in dit geval geen enkel probleem zal hebben met het geven van een vrije dag. En wéér voel ik me behoorlijk klote! Ik lever mijn verlofkaart in en neem die dag vrij. Ik word later zo nijdig, dat ik de 24 uren die ik extra gewerkt heb voordat ik ziek werd op mijn verlofkaart laat bijschrijven. Anders had ik dat vàst niet gedaan. Dan had ik ze gewoon laten vervallen! Het is inmiddels mei geworden en de dagen volgen zich snel op maar de nachten worden steeds korter omdat ik last van slaapstoornissen heb. Ik werk weer fulltime en doe net alsof het geweldig met me gaat. Ik heb er behoorlijk de spurt in. Soms ben ik 's morgens al om half zes op mijn werk. Als ik een hele nacht wakker heb gelegen, ga ik er liever uit, want in bed word ik stapelgek. Omdat het weer huursubsidietijd is, is er genoeg te doen. Om zeven uur heb ik alle brieven al klaar, die gemaakt zijn aan de hand van de aanvragen van de vorige dag. Als Marianne dan komt dan kan ze mooi gelijk aan de slag. Ziek? Ik niet! Ik werk als een bezetene. Mijn dagen bestaan tegenwoordig uit werken, in de pauze boodschappen doen, weer werken, eten koken.........eten? Nauwelijks. Daar ben ik dan gewoon te moe voor. Zodra ik tot rust kom, stort ik in elkaar en weet ik meestal nog net op tijd de bank te bereiken. Dat is misschien wel de reden, dat ik het moment van rust nemen zo lang mogelijk uitstel. Mijn cheffin heeft een keer laten ontvallen dat personeelsleden die ziek worden hun collega's belasten omdat zij dan het werk erbij moeten nemen. Ja, en zo’n zware last wil toch zeker niemand dragen. Dus als ik echt tè vermoeid ben om te werken, dan neem ik een vrije dag. Moe, moe, moe, oh wat ben ik moe! Maar ziek? Ik niet! |
|
| CIB zijn ernstige aandoeningen.
Het stellen van de diagnose is een zaak van de huisarts of de specialist. Voor medisch advies, raadpleeg uw arts. | |