|
|
Aflevering 21 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"Bezoek Het gaat alweer een stuk beter met me. Vanmiddag komt mijn cheffin bij me op bezoek, want het moet er nu dan toch eindelijk een keer van komen. En volgende week wil ik weer voor halve dagen aan het werk, dus vooruit met de geit, meid. Bloednerveus loop ik door de huiskamer te ijsberen tot het moment dat ze bij me aanbelt. Ik doe open en alsof er niks aan de hand is, schud ik haar uiterlijk kalm de hand. Maar van binnen lijkt alles wel op hol geslagen. We praten eerst over koetjes en kalfjes. "Van onze collega's hoorde ik altijd wel hoe het met je ging, dus ik ben redelijk op de hoogte", zegt ze vriendelijk. Ook zij vindt het vervelend dat we die aanvaring met elkaar hebben gehad en ze hoopt dat we straks weer prettig kunnen samenwerken. Omdat ze zo open en vriendelijk is besluit ik mijzelf ook wat meer open te stellen. Ik vertel haar hoe ik mij voel en wat ik zoal voel. Ik probeer haar uit te leggen wat het betekent om de hele dag geplaagd te worden door krampen en pijnlijke steken door je hele lichaam heen, maar al snel zet ze me weer met beide benen op de grond. “Maar dat voelen we allemaal toch weleens, van die steken?” Ik reageer hier maar niet op, want ze heeft het duidelijk nog steeds niet begrepen. Of ik stel me echt aan en zeur over iets dat blijkbaar heel normaal is. En weer heeft ze het voor elkaar, wéér begin ik aan mezelf te twijfelen. Maar als ze weer weggaat ben ik tòch opgelucht dat we het uitgepraat hebben en weer redelijk met elkaar kunnen praten. Ook ik vond het vervelend om in zo'n sfeer weer terug naar m'n werk te gaan. Vooral doorgaan... Ik ga dan ook vol vertrouwen mijn eerste werkdag tegemoet. Langzaam wil ik de werkuurtjes uitbreiden totdat ik weer fulltime kan werken. Maar eerst: 's morgens werken en 's middags een beetje bijkomen. En als ik me goed voel, pak ik mijn schilderspulletjes en leef me lekker uit met verf en kwast. Ik heb voor mezelf een grote vrolijke bloemenaquarel voor boven de eettafel gemaakt en daar ben ik zeer tevreden over. Ook Els, een van mijn vele schoonzusjes, blijkbaar want ze vraagt me of ik er ook één voor haar man Frits wil maken. Het lijkt haar een leuke verrassing voor zijn verjaardag. En natuurlijk wil ik dat, want dan ben ik lekker bezig. En dan voel ik me het prettigst nietwaar? Vooral doorgaan, toch? Ik heb mijn favoriete ceedeetje opstaan en ik zing vrolijk met de klanken van de muziek mee. De tekst ken ik niet, maar dat deert me niks. Ik voel me geweldig! Op zulke momenten besef ik pas hoe gelukkig ik ben. Ik heb een heerlijk gezin, een hele leuke baan, een prachtig huis en ook nog wat talenten van onze lieve heer meegekregen. Wat wil je nog meer? De telefoon gaat en vrolijk neem ik op. Het is een contactpersoon van de L.E.-vereniging die mij belt naar aanleiding van mijn aanmelding als lid. Goh, wat aardig. Het gesprek loopt lekker en we vinden al snel wat raakvlakken. "Ja, dat heb ik ook. Hoort dat ook bij L.E.? Dat heb ik nooit geweten", kabbelt het gesprek zich vrolijk voort. Het neemt echter een andere wending als ze me vraagt of ik een baan heb en voor hoeveel uur. Als ze hoort dat ik weer fulltime wil gaan werken zodra ik volledig hersteld ben, vertelt ze me vol overtuiging dat dàt er waarschijnlijk niet in zal zitten: "Ik ben volledig afgekeurd. Maar ja, ik heb dan ook een heel ernstige vorm van L.E. en heb al meerdere keren met ernstige ontstekingen in het ziekenhuis gelegen. Ik geloof niet dat jij al eens een èchte opvlamming hebt meegemaakt." Ik zeg haar dat ik niet van plan ben de WAO in te gaan en dat het met mij inderdaad allemaal wel meevalt. Ze groet me nog eens vriendelijk, wenst me sterkte en hangt op. Mijn goeie bui is op slag weg. Ik ben ook niet van plan een 'echte' opvlamming te krijgen en zal ze allemaal wel eens laten zien dat ik weer volledig aan het werk kan! L.E.? Nou ìk mooi niet!! Terug aan het werk Zo'n vier maanden nadat ik ziek werd is Liesje bij ons komen werken. Zij heeft een groot deel van mijn werk overgenomen en dat werd natuurlijk hoog tijd want anders had ik er helemaal als een berg tegenop gezien om weer aan het werk te gaan. Ik zit daar tenslotte niet uit mijn neus te eten en als niemand mijn werk overneemt ontstaan er enorme achterstanden. Bij de naam Liesje denk je al gauw aan een heel klein en snoezig vrouwtje, maar niets is minder waar. Liesje is weliswaar tenger maar zeker niet op haar mondje gevallen en met haar zware rokerige stemgeluid laat ze het duidelijk merken als ze het ergens niet mee eens is. Ze is stront eigenwijs, maar eerlijk gezegd ben ik dat ook. En ondanks of misschien wel dank zij dat, kan ik geweldig met haar opschieten. Misschien ook wel omdat we zoveel met elkaar gemeen hebben. Toch heb ik het er moeilijk mee als er iemand naar haar toe gaat met vragen over de boekhouding. Voorheen kwamen ze immers altijd bij mij. Ik krijg mijn werk nu meer projectgewijs opgedragen. Werk dat door een ander overgenomen kan worden zodra ik ziek word. Ik voel me daar niet prettig onder, omdat ik dat helemaal niet gewend ben. Maar ja, het is niet anders. Ik zal moeten leren inleveren en dat zal verdomd moeilijk zijn. Zeker met mijn karakter! |
|
| CIB zijn ernstige aandoeningen.
Het stellen van de diagnose is een zaak van de huisarts of de specialist. Voor medisch advies, raadpleeg uw arts. | |