Home

Aflevering 19 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"

Terug in de tijd...

.

Gelukkig is het hele aangetaste weefsel weggenomen! Alleen kan ik nu geen kinderen meer krijgen, omdat er tòch een flink stuk van de baarmoedermond is verwijderd. Maar dat interesseert me helemaal niks. Ik heb twee kinderen en als Marcel straks weer beter is, dan komt alles weer goed. Marcel is nog steeds flink verkrampt en zijn bewegingen zijn spastisch. We moeten drie keer in de week naar de revalidatieafdeling van het ziekenhuis voor therapie en ook thuis moeten we flink met hem oefenen. Hans stort zich daar voor de volle honderd procent in. Ik ben trouwens behoorlijk negatief en zie het niet meer zitten. "Dat komt nóóit meer goed met dat knulletje", roep ik regelmatig in mijn wanhoop uit. Maar telkens weer zorgt Hans' optimisme ervoor dat ik kalmeer. "Het komt allemaal wèl goed, Fried, wedden? Ik weet het zeker!" En het kòmt goed. Als Marcel zich voor het eerst zelfstandig omdraait in de box, staan we er allebei een potje bij te janken!

Ondertussen blijf ik onder medische controle en een jaar later vertelt de gynaecoloog mij dat het beter is om alsnog mijn baarmoeder te verwijderen, omdat de uitstrijkjes weer een onrustig beeld laten zien. Na deze mededeling schrijft hij wat op een velletje papier voor de afdeling opname, geeft me wat laboratoriumbriefjes mee en een folder waarin ik alles kan lezen over de ingreep. Tijdens dit gesprek neemt hij nauwelijks de moeite om mij aan te kijken. Voor hem is dit blijkbaar een routineklus.

Ik loop nu al jaren bij deze gynaecoloog onder controle, al vanaf de geboorte van Dennis. Er waren zelfs perioden bij dat ik elke week naar hem toe moest. De dag dat ik opgenomen word, komt hij de zaal binnen. Ik heb mijn normale kleding aan omdat ik pas de volgende dag geopereerd word. Hij loopt op me af, geeft me een hand en zegt: "Zo mevrouw, u gaat ons vandaag weer verlaten?" Volkomen verbijsterd vertel ik hem dat ik de volgende dag pas geopereerd word. Hij moet zelf lachen om zijn vergissing. Nou ik niet! Ik heb weleens gehoord dat deze gynaecoloog erom bekend staat dat hij zijn patiënten alleen herkent aan haar geslachtsdelen, maar ik wilde dat nooit geloven. Wat een afknapper! Kent hij mij na al die jaren nog niet!

Ook door de verpleging word ik op geen enkele wijze mentaal ondersteund. Daar ga je dan, 27 jaar jong. Maar toch is het blijkbaar de gewoonste zaak van de wereld, dat mijn baarmoeder eruit moet. Ik kom naast een vrouw te liggen, die een sterilisatie ongedaan wil laten maken. "Want", zegt ze: "ik wil me weer vrouw voelen"! Ze wil zich weer vrouw voelen! En ik dan? Ik heb geen keus. Maar ben ik nu geen vrouw meer? Wat ben ik dan?

Dit is de tweede keer dat ik een buikoperatie onderga. Het litteken wordt er niet fraaier op. Waarschijnlijk als gevolg van een flinke wondinfectie die na de ingreep volgt. Omdat ik na de operatie niet mag tillen en dat nogal moeilijk te realiseren is met een baby'tje van een jaar en een kleuter van vier, vraag ik gezinshulp aan. Dat is echter alleen mogelijk voor twee middagen per week. Ja, wat heb ik dáár nu aan? Koppig weiger ik verder alle aangeboden hulp. Als het zo moet, dan hoeft het voor mij helemaal niet meer! Ik red het zelf wel! Na zes weken ga ik zelfs alweer aan het werk bij het reclamebureau waar ik sinds kort weer voor één dag in de week terug ben. Héérlijk, werken! Op de overige dagen maak ik ook lange dagen. 's Morgens om negen uur zit ik al achter de naaimachine, tussen de bedrijven door doe ik het huishouden en zorg ik voor ons gezin. Ik breek alle records. Soms zet ik op één dag twee broeken en twee bloesjes in elkaar. In de avonduren brei ik de ene na de andere trui en als ik nog wat tijd over heb, dan ben ik wel op de een of andere manier creatief bezig. Brooddeeg, glasverf, aquarel, pastelkrijt, olieverf. Als ik maar bezig ben. Gewoon doorgaan Frieda, gewoon doorgaan.

Nog geen twee weken nadat ik weer aan het werk ben bij het reclamebureau, komt de volgende klap. Het is maandag en ik voel me hondsberoerd. Ik hoop dat Hans gauw thuiskomt, zodat ik naar bed kan. Maar ook Hans is er beroerd aan toe en gaat rechtstreeks zijn bed in. Zijn temperatuur liegt er niet om: 39,1°. Pas als ik om zeven uur de kinderen naar bed heb gebracht, kan ik naast hem kruipen. Temperatuur: 39,8°. Die nacht zal ik van mijn leven niet meer vergeten. Wat zijn we ziek! Ik krijg vreselijke pijnlijke krampen en het lijkt alsof de operatiewond opengereten wordt. Bovendien heb ik net als Hans flink last van diarree. Ik moet daarom regelmatig naar beneden, naar het toilet. Op een gegeven moment als ik weer eens op het toilet zit, voel ik dat ik flauw ga vallen. Met al mijn laatste krachten roep ik met een piepklein geluid naar Hans. Zo ziek als hij zelf is, hijst hij me weer naar boven. Ik raak die nacht nog verschillende keren buiten bewustzijn.