Home

Aflevering 18 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"

Nu ik zo terugdenk aan deze hectische periode in ons leven, realiseer ik mij hoe slecht wij destijds begeleid zijn. Ik was nota bene pas 26 jaar, wist ik veel! Op televisie zie je weleens documentaires over ziekenhuizen waarin vrouwen die slecht nieuws te horen krijgen begeleid worden, maatschappelijk hulp aangeboden krijgen of ervaringsdeskundigen op bezoek krijgen die vertellen over hun eigen ervaringen. Niks van dat alles. Eerlijk gezegd wist ik niet eens wat er precies aan de hand was. Het klonk alleen heel erg onheilspellend allemaal.

Terug in de tijd...

Volledig in de war ga ik een dag later wéér op weg naar het ziekenhuis. Wat hangt ons toch in vredesnaam allemaal boven het hoofd? Ik heb wel honderd vragen. Omdat ik zo van slag ben, heb ik de meeste vragen opgeschreven, zodat ik ze aan de dokter kan voorleggen.

Maar al wie ik in die dagen zie, géén dokter! Ik word op vrijdag opgenomen en vrijwel direct daarna naar de operatiekamer gereden en onder narcose gebracht. Nog vóórdat de gynaecoloog arriveert. Het is een lichte ingreep waarbij een "kegeltje" uit de baarmoedermond wordt genomen.

Vier dagen later, op een maandag mag ik naar huis zonder dat ik een dokter heb gezien! De zuster vertelt mij, dat ze over zes weken een afspraak met de gynaecoloog voor me heeft gemaakt en dat ik dan te horen krijg of met deze ingreep de hele aangedane plek is weggenomen.

Zes weken! Dat duurt lang hoor! Ik ben toch al zo labiel na alle gebeurtenissen van de afgelopen tijd. En ook Hans is nog steeds niet opgeknapt na dat ongeluk en heeft dagelijks last van barstende koppijn. Toch doen we ook nu weer of er niks aan de hand is. We praten er weleens over met anderen, maar we blijven er ogenschijnlijk erg nuchter onder.

Het is in de familie van Hans ook niet de gewoonte om 'te zeuren'. Hoe vaak heb ik de afgelopen jaren wel niet gehoord hoe flink zijn moeder is. Tien kinderen, maar nooit klagen. Ook al werd ze regelmatig gekweld door migraineaanvallen. En hoe vaak vertelde hij het verhaal van zijn moeder die zich zo lelijk had opengehaald aan een uitstaand haakje en zichzelf toen verbond met een theedoek, terwijl er later diverse hechtingen nodig waren om de wond te dichten. Ze had geen tijd om naar een dokter te gaan, ben je gek, eerst moest de schoonmaak klaar! Nee zijn moeder moest halfdood gaan wilde ze een dokter bezoeken.

In West-Friesland is het niet de gewoonte om te klagen! Diep zuchten, is het credo. En omdat ik wil laten zien dat ook Amsterdammers flink kunnen zijn, houd ik me erg stoer voor de buitenwacht. Ik ben nog geen week uit het ziekenhuis of Marcel wordt ziek. Hij ligt als een zielig hoopje ellende van nog geen zeven pond in de wieg en kijkt me hulpeloos aan. Als ik me vooroverbuig om hem te pakken, begint hij al te kermen van ongenoegen.

Hij heeft hoge koorts en ligt er apathisch bij. Ik voel gewoon met heel mijn ziel en zaligheid dat dit kindje flink ziek is. De plaatsvervangster van mijn huisarts onderzoekt hem, maar ze kan niks vinden. Ze kijkt nog eens aandachtig naar het knobbeltje op zijn borstkast en meent dat daar wellicht de oorzaak ligt. Maar dat knobbeltje heeft hij al vanaf zijn geboorte en daar is niks mee aan de hand. Ik begin ernstig aan haar kwaliteiten als arts te twijfelen. Ze kan niks voor ons doen en we moeten hem maar goed in de gaten houden. Verder hoeven we ons geen zorgen te maken, want kleine babies hebben al snel hoge koorts.

Enkele dagen later vertrouwen wij het niet langer en bellen de weekendarts. Hij onderzoekt Marcel grondig. Na afloop gaat hij er eens goed voor zitten en kijkt ons sympathiek aan. Volkomen onverwacht stelt hij me de volgende vraag: "Wat zegt uw moederinstinct u, mevrouw. Voelt u zèlf misschien of het ernstig is of niet?" Geëmotioneerd vertel ik hem dat ik het voor geen meter vertrouw en dat ik liever heb dat de kinderarts hem onderzoekt. Hij staat direct op om dit te regelen en Marcel wordt nog diezelfde dag dood- en doodziek in het ziekenhuis opgenomen.

Ondertussen word ik steeds nerveuzer. Ik heb niet alleen zorgen om mijn baby, ik heb immers ook de uitslag van de operatie nog niet gehad. Ik doe 's nachts geen oog meer dicht en ben dodelijk vermoeid. Ik ben nog maar 26 jaar, maar ik voel me wel 100! Elke dag gaan we enkele malen op en neer naar het ziekenhuis om ons zoontje te voeden en in bad te doen. De zusters in het ziekenhuis hebben het zo druk, dat ze maar wat blij zijn met wat ondersteuning. Dat het ons zo ontzettend veel energie kost omdat we allebei niet in orde zijn, doet er niet toe. Ons kindje gaat voor!

Marcel heeft allerlei onderzoeken gehad, maar wat er precies aan de hand is weten we niet. Af en toe valt de term spastisch en we schrikken ons rot. Er komt regelmatig een therapeute langs om oefeningen met hem te doen, omdat hij volkomen verkrampt in zijn wiegje ligt. Na drie weken mag hij naar huis maar is nog lang niet de oude. De huisarts brengt ons een bezoek om zich te informeren over de situatie en ziet de wanhoop in ons gezinnetje. Hij begrijpt dat we volkomen ontredderd zijn en vindt dat dit zo niet langer kan. Hij belooft dat hij contact met de gynaecoloog zal opnemen om te kijken of hij de uitslag van het weefselonderzoek wellicht eerder kan krijgen. En dat lukt hem! Hoe is het mogelijk! Blijkbaar staan ze er in het ziekenhuis helemaal niet bij stil dat wij in spanning zitten, want iemand zo lang laten wachten terwijl de uitslagen binnen zijn is onmenselijk.