Home

Aflevering 17 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"

Nog maar een kopje koffie...

Ach ja, Dirk, denk ik terwijl ik stijf van het lange liggen opsta om toch maar een vers bakkie koffie in te schenken. Ik heb hem al een tijdje niet gezien omdat ik voor mijn gevoel toch niet gebaat ben bij fysiotherapie.

Het verlicht altijd wel even, maar binnen enkele weken na afloop van de therapie zijn mijn spieren en gewrichten weer net zo weerbarstig als daarvoor. Dus waarom zou ik nog gaan?

Ik besluit om maar meteen mijn koffie op te drinken voordat het weer koud wordt. Dit keer doe ik er maar wèl een zoetje in. Lekker! Nou ja... lekker? Oud!

Terug in de tijd...

In de zevende maand van mijn zwangerschap wordt er een biopsie gedaan. De gynaecoloog wil dit onderzoek twee weken voor de uitgerekende datum nogmaals herhalen. Ik denk meteen terug aan de vroeggeboorte van Dennis en vraag hem nerveus: "Maar wat als nu ook dit kindje veel te vroeg geboren wordt, wat moet ik dan?" Hij denkt na en antwoordt vriendelijk: "Nou mevrouw Ruitenberg, al moet ik hoogstpersoonlijk naar het laboratorium in Amsterdam rijden, die biopsie wordt gedaan! Dus zodra u weeën voelt, direct naar het ziekenhuis komen!" Ik knoop dat goed in mijn oren.

Marcel kondigt zich vijf weken te vroeg aan op een hoogst ongelukkig moment. Hans heeft die avond net de avondvierdaagse gereden en omdat het de laatste avond is wordt dat uitbundig met vele potten bier gevierd. Ik bel de kroegbaas op om te vragen of hij Hans wil waarschuwen, maar omdat hij wel ziet dat manlief niet in staat is om met mij mee te gaan, biedt hij me aan mij naar het ziekenhuis te brengen. Mijn buren zijn zo lief om op Dennis te passen en Hans op te vangen als hij thuiskomt. In het ziekenhuis aangekomen vertel ik maar eerlijk wat er aan de hand is en tot overmaat van ramp wordt dat direct genoteerd. Ik schaam me dood! Maar ja, wie verwacht nou dat ook dit kindje te vroeg geboren wordt?

Ik wordt onderzocht, maar de dienstdoende arts vindt het echter niet nodig contact op te nemen met de behandelend gynaecoloog en is bovendien van mening dat een biopsie overbodig is. Ik twijfel sterk aan zijn beweegredenen, maar heb nog te veel respect voor artsen om te durven hem tegen te spreken. Ik word op vrijdagavond opgenomen en ik heb zo het vermoeden dat hij de gynaecoloog tijdens zijn vrije weekend niet wil storen.

De baby komt zo'n 20 uur later op natuurlijk wijze ter wereld, gelukkig in gezelschap van zijn weliswaar katterige maar nuchtere vader! De geboorte is een fantastische ervaring, die ik ondanks alle spanningen voor geen goud had willen missen. Marcel kijkt mij vanuit zijn doorzichtige ziekenhuisledikantje onderzoekend aan, alsof hij wil zeggen: "Zo moedertje, wij moeten het de komende jaren met elkaar zien te rooien!" Hij is kleiner en lichter dan zijn broer bij diens geboorte, maar ondanks dat hoeft hij niet de couveuse in.

Mijn gynaecoloog komt die maandag na de bevalling aan mijn bed en is behoorlijk geïrriteerd. "Dit vind ik heel vervelend mevrouw, ik had tòch liever gehad dat er eerst een biopsie werd gedaan. Nu kan dat pas over zes weken." Zeven dagen na de bevalling mogen Marcel en ik naar huis. Enerzijds zijn Hans en ik dolgelukkig met onze gezonde en lieve baby, maar aan de andere kant zijn we bloednerveus om wat ons over vijf weken wellicht te wachten staat.

Ik ga als een krankzinnige aan het werk. Breien, naaien, huishouden, wandelen, veel trappen lopen (want dat is zo goed voor mijn bekken), schilderen.... Maar vooral bezig zijn en net doen alsof er niks aan de hand is. Ruim twee weken na de bevalling ben ik jarig en nog eens negen dagen later is ook Hans jarig. We vieren onze verjaardagen en laten tegenover onze familie en vrienden niks blijken van onze bange vermoedens. Vooral doorgaan, Frieda, vooral doorgaan.

Over enkele dagen staat mijn afspraak met de gynaecoloog gepland. Ik loop onrustig heen en weer met de baby op mijn armen. Niet omdat ik nerveus ben vanwege die afspraak, maar omdat Hans nog steeds niet thuis is en ik ben daar behóórlijk ongerust over. Het komt niet vaak voor dat hij later thuiskomt. Maar als het gebeurt en hij ziet dat ik opgelucht ben dat hij thuis is, reageert hij altijd lacherig. "Meid, doe niet zo gek Ik loop ècht niet in twee sloten tegelijk hoor!", placht hij me dan gerust te stellen. Maar ik heb op tienjarige leeftijd mijn moeder verloren door een verkeersongeval en daardoor ben ik waarschijnlijk op dit punt wat overgevoelig geworden.

De deurbel gaat en met kloppend hart doe ik open. Met twee man sterk staat de politie voor de deur. Ik schrik me werkelijk een rolberoerte. De agenten vertellen mij meteen dat ik mij niet al te veel zorgen hoef te maken, maar dat Hans een auto-ongeluk heeft gehad en dat hij in het ziekenhuis is opgenomen. Ik breng de kinderen op een draf naar de buren en stap direct in de auto op weg naar het ziekenhuis. Ik rijd veel te hard, maar dat interesseert me geen barst! Ik wil naar Hans toe! Ik zie hem direct liggen als ik de ziekenzaal binnenkom. Als een zielig hoopje mens ligt hij erbij, een infuus in zijn arm en een slang door zijn neus. Hij is bont en blauw over zijn hele lichaam. Wat heb ik met hem te doen. Geschrokken ga ik naar de afdelingszuster en vraag haar wat er aan de hand is. Er is sprake van inwendig letsel en Hans moet de komende dagen goed in de gaten gehouden worden. Maar ze verzekert mij dat ik me geen zorgen hoef te maken en dat het allemaal weer goed komt.

Terwijl hij in het ziekenhuis ligt, wordt bij mij het gynaecologisch onderzoek gedaan. De dag na Hans zijn ontslag uit het ziekenhuis, krijg ik te horen dat ik met spoed geopereerd moet worden.