Home

Aflevering 15 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"

Met mijn ogen nog halfdicht kijk ik naar de salontafel en zie dat mijn koffie koud staat te worden. Geen zin om op te staan om een nieuwe te halen, drink ik achter elkaar mijn kopje leeg. Bàh, had ik ook nog vergeten er een zoetje in te doen! Ik ga weer lekker lui liggen en laat mijn gedachten terugvoeren naar het jaar 1978, het jaar waarin ons eerste kindje geboren werd.

Terug in de tijd...

Het is donderdagmiddag en ik lig nog steeds op zaal met drie andere vrouwen. Zij voeden liefdevol hun baby’s en dat is zo’n vertederend gezicht, dat ik er aardig emotioneel van word. Ik begraaf mijn gezicht in de kussens en laat stilletjes mijn tranen stromen. Ondertussen krijg ik steeds vaker last van harde buiken.

Hans gaat die avond bij zijn moeder op visite omdat zijn zus Nera jarig is. Hij krijgt van de verpleging te horen dat het beter is als hij telefonisch bereikbaar blijft en hij geeft het telefoonnummer van zijn ouders af. Het is nu duidelijk dat de bevalling niet lang meer op zich laat wachten. Toch hoeft Hans die avond niet opgeroepen te worden.

Ook de hele volgende dag heb ik weeën die elkaar in rap tempo opvolgen en steeds heftiger worden. 's Middags verlies ik weer wat bloed. Tijdens het avondbezoek zeg ik tegen Hans, dat hij maar thuis moet blijven, omdat ik wel verwacht dat hij snel gebeld zal worden. Nog geen uur later, het is een uur of tien, zijn de weeën zo hevig, dat de verpleging besluit om mij naar de verloskamer te brengen.

De dienstdoende assistent-arts toucheert mij en zegt dat ik enkele centimeters ontsluiting heb. Hans wordt gebeld en gaat onmiddellijk op weg naar het ziekenhuis. Kort na het onderzoek begin ik hevig te bloeden. Als Hans arriveert is de bloeding zo erg, dat er een hele plas op bed ligt. Hij begroet me liefdevol en kijkt met schrik naar het bloederig tafereel. Ook nu probeert hij het weer luchtig te houden door nuchter op te merken: "Probeer maar niet te veel te bewegen, anders wordt het zo’n bende.” Ja, want we zijn tenslotte netjes opgevoed niet waar!

De rugweeën worden nu zo heftig, dat het lijkt alsof mijn rug in tweeën getrokken wordt. De verpleegster leert Hans hoe hij mij het beste kan helpen door de weeën als het ware weg te masseren. Ook Hans is na enkele uren gebroken en moet even lucht happen op de gang.

Daar komt hij een man met zijn hoogzwangere vrouw tegen die onverrichter zake weer naar huis gestuurd worden. De vrouw is lichtelijk van slag en vraagt aan mijn in het wit geklede echtgenoot: "Dokter, wat moet ik nu eten?" Hans die er de humor wel van inziet, antwoordt gedecideerd: "Een krop sla is altijd goed mevrouw!" Arme mensen, eerst worden ze terug naar huis gestuurd, terwijl ze dachten dat het kindje geboren zou worden en dan wordt er ook nog eens de draak met ze gestoken!

De uren kruipen voorbij en met mij gaat het niet goed. Ik verlies zoveel bloed, dat ik steeds lichter in mijn hoofd word. Ik ben zo slap als een vaatdoek en niet eens meer in staat om mijn armen omhoog te tillen. De nachtzuster komt regelmatig kijken, maar vindt het blijkbaar niet nodig om de gynaecoloog te waarschuwen. Ze vraagt mij of het vruchtwater al gebroken is.

Weet ik veel, ik zie alleen maar vreselijk veel bloed. Het gutst er gewoon bij iedere wee uit! Om een uur of zes komt er een andere verpleegster bij me kijken. Hans ziet het niet meer zitten. Razend roept hij: "Moet mijn vrouw soms als een beest bevallen, kunnen jullie nou niks voor haar doen. En als ze nou de koningin was geweest, hadden jullie haar dan ook zo laten medderen?"

Blijkbaar helpt dat wel, want de geschrokken zuster waarschuwt onmiddellijk de specialist, die om zeven uur arriveert. Hij onderzoekt me en aan zijn reactie kan ik zien, dat hij behoorlijk boos is. Het is immers duidelijk dat ik niet gewoon kan bevallen omdat de placenta voor de baarmoedermond ligt. En dat was al bekend. Hij had veel eerder gewaarschuwd moeten worden!

De operatiekamer wordt gereedgemaakt, er worden allerlei toeters en bellen bij me ingebracht en de dokter vertelt ons dat hij de baby met de keizersnede zal halen. "Het wordt geen mooi litteken mevrouw, want daar hebben we geen tijd voor. We moeten een verticale snede maken om de baby zo snel mogelijk te kunnen halen!" Het is mij allemaal om het even. Ik doezel steeds dieper weg, regelmatig geplaagd door die vreselijke aanhoudende weeën. En Hans maar masseren, het vlees op zijn knokkels is door de wrijving tegen het matras bijna weg.

Pas die zaterdagmorgen om negen uur word ik naar de operatiekamer gereden. Het duurt zo lang omdat er geen bloed beschikbaar is. Hans stelt zijn bloed beschikbaar omdat hij weet dat wij dezelfde bloedgroep hebben, maar dat mag niet. De vriendelijke anesthesist spreek mij in het Engels toe en zegt mij terug te tellen tot tien. Dat doe ik keurig in zijn taal en bij five val ik in een diepe slaap.
Om half tien die morgen wordt onze zoon Dennis geboren. Een prachtige gezonde knul van 49 centimeter en 4,5 pond. Niks "skrieltje", zoals mijn schoonzus dat zo mooi uitdrukte!

Vanwege wat ademhalingsproblemen en het feit dat hij zes weken te vroeg geboren is, moet hij in de couveuse. Als ik bijkom vertelt de dokter me dat ik een zoon heb en vraagt mij of wij al een naam voor hem hebben. Ik denk dat hij wil testen of ik al weer goed bij kennis ben. Tot zijn stomme verbazing geef ik hem in perfect Engels antwoord. Dat komt natuurlijk omdat ik in het Engels onder narcose ben gegaan. Het duurt even voordat ik het zelf doorheb, maar ga dan weer snel over tot praten in mijn 'moers'taal.