|
|
Aflevering 14 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"Nogal altijd lig ik op de bank tussen twee kussens ingenesteld en denk ik terug aan de gebeurtenissen rondom de geboorte van onze twee kinderen. Wat een artikel in ons NVLE-blad niet allemaal kan losmaken! Terug in de tijd...Ik word naar een kamer voor twee personen gebracht en maak kennis met een vrouw die net als ik rust moet houden om een vroeggeboorte te voorkomen. Ik waardeer het enorm dat ik niet op een afdeling terechtkom met kraamvrouwen en pasgeboren baby's. We worden heerlijk verwend en krijgen een telefoon naast ons bed. Wat een luxe! Hans is inmiddels gewaarschuwd, dus ik vind het tijd om mijn baas maar even te bellen om hem te vertellen waarom ik niet op kantoor verschenen ben. Hij heeft echter al van Hans een telefoontje gehad en is helemaal op de hoogte. Hij drukt mij op het hart, dat ik me geen zorgen hoef te maken over het werk en zegt dat hij zo snel mogelijk bij me op bezoek zal komen. Nog steeds heb ik een onwerkelijk gevoel, alsof ik niet naar mezelf maar naar iemand anders kijk. Pas als Hans binnenkomt met een tas met nachtkleding en toiletartikelen dringt de ernst van de situatie tot mij door en komen de emoties los. Ook Hans is van slag, maar ziet toch kans om mij een beetje op te beuren. De verpleging is hartstikke aardig en ik word goed verzorgd. Er is alleen een vreselijk onhandige broeder waar ik af en toe heel erg om moet lachen, zo knullig als hij uit de hoek kan komen! Ik lig voortdurend aan de monitor, zodat de hartslag van de baby constant te horen is. Op een morgen komt die broeder de zaal binnen voor de gebruikelijke controles: temperatuur, polsslag, bloeddruk enzovoorts. Hij heeft ook een houten toeter mee, waarmee je de hartslag van de baby kunt horen. Hij plaatst de toeter op mijn buik en zet zijn oor te luister. Niks. De toeter wordt verplaatst, weer niks. Dan kijkt hij mij wat nerveus aan en verplaatst de toeter nogmaals. Blijkbaar weer niks, want hij gaat weg om er iemand bij te halen. Ik laat hem maar, want ik zie de grap er wel van in. Na enkele minuten komt hij met een collega terug, die onmiddellijk in de lach schiet. "Wat doe je nu toch onhandig man! Je kunt het hartje bij wijze van spreken in stereo horen! Dan zet je toch zeker geen toeter op haar buik!" Wat een drol! Maar ach, het brengt wat leven in de brouwerij. Enkele zalen verder ligt de halfzus van Adriaan. Zij ligt op sterven als gevolg van uitgezaaide baarmoederhalskanker. Ik ken haar niet zo goed, maar ik leef wel met haar en haar man mee. Vreselijk triest om te weten dat je nog maar kort te leven hebt. Dan ga je wel relativeren. Met mij en de baby gaat alles immers nog goed. Na een week aan het infuus gelegen te hebben, mag ik naar een ziekenhuis dichter bij mijn woonplaats. Voor Hans is dat prettiger omdat hij dan niet zo ver hoeft te reizen. Voor de tweede keer in mijn leven word ik in een ambulance vervoerd. Zelfs Hans heeft er nu schik in, omdat hij de chauffeur de weg moet wijzen door voor hem uit te rijden. De ambulancebroeder heeft van de gynaecoloog instructies meegekregen wat te doen als het in de ambulance mis gaat. Hij is flink nerveus. Nerveuzer dan ik! Want ik voel gewoon dat het wel goed zal gaan. De gynaecoloog heeft mij een brief meegegeven voor de behandelend specialist in het streekziekenhuis, zodat ze met dezelfde behandeling verder kunnen gaan. Maar deze artsen vinden het uitstellen van de bevalling door middel van weeënremmende medicijnen niet nodig. Ik ben inmiddels 33 weken zwanger en volgens de artsen loopt de baby geen gevaar, want de longetjes zijn volgroeid. Als het kind geboren wil worden, dan moet dat maar. Ik krijg nog wel wat lichte medicijnen om de weeën te remmen, maar ik voel nu toch regelmatig mijn buik harder worden. Ik lig trouwens op een afdeling met drie vrouwen die pas bevallen zijn. Alles is goed gegaan, ze zijn uitgelaten vrolijk en raken maar niet uitgepraat over hun kindjes en de bevalling. Ook is hun bed feestelijk versierd en hangen en liggen er overal kraamcadeautjes en bontgekleurde vrolijke kaarten. Soms heb ik daar wel moeite mee. Vooral toen mijn schoonzusje en zwager mij een keer kwamen bezoeken. Ze konden hun ogen niet afhouden van de kraamvrouwen en hun baby’s.. "Nou meid, probeer de bevalling maar zo lang mogelijk uit te stellen hoor, want anders krijg je zo'n eng 'skrieltje’. zeggen ze tegen me." Goed bedoeld maar bepaald niet opbeurend! Tóch hebben we ook hier weer lol op de afdeling. Zo is er net weer een jonge moeder bij ons op zaal geplaatst. De verpleegster vraagt haar of ze even haar temperatuur wil opmeten en overhandigt haar de thermometer. Na enkele minuten raakt ze echter helemaal in paniek en belt ze met hoogrode konen om hulp. "Zuster, ik doe mijn uiterste beste hoor, maar hij gaat niet verder!", roept ze wanhopig. Het is blijkbaar de eerste keer dat ze haar temperatuur anaal opneemt, want ze dacht dat de héle thermometer erin moest! Het is maar goed dat ze er nu achterkomt, want stel je nou toch eens voor dat ze als onwetende moeder de temperatuur van haar baby zou moeten meten! Arm kind! |
|
| CIB zijn ernstige aandoeningen.
Het stellen van de diagnose is een zaak van de huisarts of de specialist. Voor medisch advies, raadpleeg uw arts. | |