|
|
Aflevering 13 van "Doorgaan, Frieda, vooral doorgaan"Vroegtijdig geëindigde zwangerschappen bij SLE... Thuisgekomen zet ik nog maar eens een lekker potje koffie en neem de post door. Daar zit nèt de maandelijkse uitgave van de L.E.-vereniging bij. Daar heb ik altijd buitengewoon veel belangstelling voor, omdat ik nog steeds alles wil weten van deze ziekte, die zich op zoveel verschillende manieren manifesteert. Ik nestel mij, nog flink chagrijnig, eens lekker tussen een paar kussens in op de bank, schenk mijzelf een kopje koffie in en pak het maandblad ter hand. Zo lees ik in dit nummer dat veel zwangerschappen van L.E.-patiënten vroegtijdig zijn geëindigd, al dan niet met een doodgeboren kindje tot gevolgd. In veel gevallen werd de vroeggeboorte veroorzaakt door een niet meer functionerende of een loslatende placenta. Even houd ik mijn adem in. Gedachten dwarrelen van links naar rechts door mijn hoofd. Loslatende placenta? Niet goed functionerende placenta? Dat komt me toch wel akelig verdàcht bekend voor. Ik zucht eens diep en sluit mijn ogen. Mijn gedachten voeren mij terug in de tijd, terug naar de geboorte van mijn kinderen. Terug in de tijd...In het begin verloopt mijn eerste zwangerschap fantastisch. Ik ga gewoon elke dag met de trein en de tram naar mijn werk. Maar omdat ik na de vijfde maand toch wat rugklachten krijg, mag ik van mijn baas eerste klas reizen, zodat ik verzekerd ben van een zitplaats in de trein. Keurig geregeld, toch? In de tram moet je altijd maar afwachten of men bereid is te gaan staan voor een zwangere vrouw, maar meestal vind ik daar ook wel een zitplaatsje. In de 32e week gaat het echter in de trein op weg naar mijn werk volledig mis. Zoals altijd nog naduttend van de nacht, voel ik het ineens warm worden rondom mijn zitvlak. Bang dat ik, slaperig als ik ben, in mijn broek heb geplast, sta ik met het schaamrood op de kaken op. Ik loop het gangpad door in de nog steeds voortdenderende trein om naar het toilet te gaan. Het warme vocht stroomt werkelijk langs mijn benen naar beneden en op het toilet aangekomen, zie ik dat het bloed is. Vraag me niet waarom, maar deze eersteklas zenuwlijder blijft uiterst kalm en wacht rustig af tot de trein op de plaats van bestemming arriveert. Op het Centraal Station in Amsterdam aangekomen, loop ik naar de telefooncel buiten het gebouw en bel direct mijn vader, die in de hoofdstad woont, op. "Hoi pap, niet schrikken hoor, maar ik denk dat ik naar het ziekenhuis moet want ik verlies zomaar nogal wat bloed. Zou je aan Adriaan willen vragen of ze me even wil brengen?" Ik denk dat mijn vader zich even moest herpakken want het bleef eerst akelig stil aan de andere kant van de lijn. Dan reageert hij nogal nerveus en vertelt hij me dat ze niet thuis is, maar dat ik vooral rustig moet blijven en dat ik de eerste de beste man met een dienstpet op moet vragen of hij voor een ambulance wil zorgen. Ik beloof hem dat ik dat zal doen en hang op. Een ambulance! Ben je gek, dat is toch hélemaal niet nodig? Eerst wil ik Hans nog even bellen om hem te vertellen wat er aan de hand is. Ook Hans verzekert mij om toch vooral in het station hulp te gaan zoeken. Natuurlijk is er op dat moment geen mens met een dienstpet op te bekennen in het station dus ga ik maar naar de informatiebalie van de NS. Daar probeer ik de aandacht te trekken van een mevrouw die daar met haar rug naar mij toe druk aan het werk is. Zij verzoekt mij echter vriendelijk doch dringend om plaats te nemen, omdat zij nu even geen tijd voor mij heeft. Pas na tien minuten vraagt ze me wat ze voor me kan doen. Inmiddels ligt er een hele plas bloed op de stoel waarop ik had plaatsgenomen. Zelf toch ook wel geschrokken, wijs ik ernaar, laat vervolgens mijn dikke buik zien en zeg haar dat ik hulp nodig heb. Ik heb nog nooit iemand zó van kleur zien verschieten. Voordat ik er erg in heb, word ik door twee mannen met dienstpetten op meegenomen en lig ik op een brancard in een ambulance op weg naar het Onze Lieve Vrouwengasthuis. De ambulancebroeders zijn buitengewoon vriendelijk en stellen mij echt op mijn gemak. Ik sta er absoluut niet bij stil dat het weleens verkeerd kan aflopen en kijk verwonderd om mij heen. Ik heb immers nog nooit in een ambulance gelegen. Best wel interessant. Het is een rare gewaarwording als je de mooie voorgevels van de Amsterdamse panden zo razendsnel aan je voorbij ziet gaan! Tadúútadúúú, loeien de sirenes! Bij de eerste hulp aangekomen word ik direct uitgebreid onderzocht en op een infuus met weeënremmende middelen aangesloten. Al racend door de gangen van het oude ziekenhuis gaan we op weg naar de echokamer, waar ik misselijk geworden van al dat gerèn de boel onderspuug. Ik schaam me dood, maar ik kon het echt niet meer inhouden! We komen er al snel achter waarom ik zoveel bloed verlies. De placenta ligt voor de baarmoedermond en heeft losgelaten! En dat schijnt niet bèst te zijn. Het is mijn eerste kindje en ik ben er gemakshalve maar vanuit gegaan dat mijn zwangerschap en bevalling normaal zou verlopen en vertrouwde altijd op mijn lichaam en de natuur. Dus zelfs aan zwangerschapsgymnastiek heb ik niet gedaan. Ben je gek? Dat doen die vrouwen in Afrika toch ook niet? Die gaan gewoon achter een boom zitten om te bevallen! Daarom heb ik ook nooit wat gelezen over zwangerschappen en bevallingen en heb ik er ook geen idee van wat er met mij aan de hand is en welk gevaar ons kindje en ik lopen. |
|
| CIB zijn ernstige aandoeningen.
Het stellen van de diagnose is een zaak van de huisarts of de specialist. Voor medisch advies, raadpleeg uw arts. | |