Home

Schema’s in een levensscript

Rubriek: Psychosociaal
Diane Thora

Stress en cognitie

Of iemand een situatie als stressvol beoordeelt, heeft te maken met gedachten. Cognities is een mooi woord voor gedachten. Net als iedereen heeft u gedachten in allerlei situaties die uw gevoel en gedrag beïnvloeden, zowel in negatieve als positieve zin. Van de meeste gedachten bent u zich helemaal niet bewust, u hebt ze in bepaalde situaties zo vaak gedacht dat het nu automatisch gaat. Een goed voorbeeld hiervan is autorijden, de meeste handelingen hierbij gebeuren op “automatische piloot”.
Mensen kunnen erg verschillend denken over dezelfde situatie. Stel u de situatie voor dat u een grote hond op straat tegenkomt. Wat denkt u in die situatie? Misschien denkt u: “Wat een mooie hond!” U voelt zich rustig en wil het dier aaien. Hoe meer honden u tegenkomt, hoe beter uw dag is. Het kan ook zijn dat u denkt: “Oh nee, die gaat mij bijten!” In dat geval voelt u zich gespannen en erg angstig. U tracht te vluchten en let er de rest van de dag op dat u honden ontloopt.
De uitgangssituatie is nochtans in beide gevallen hetzelfde nl. een plotse ontmoeting met een grote hond.

Waardoor denken mensen verschillend?

Waardoor mensen verschillend denken over dezelfde situatie heeft te maken met kennis van die situatie. Die kennis wordt verkregen door leerervaringen in de loop van het leven. Hierbij spelen o.m. opvoeding, belangrijke en indrukwekkende gebeurtenissen en belangrijke anderen een rol. Heeft iemand van jongs af aan positieve ervaringen met honden, dan zal die persoon positieve opvattingen over honden ontwikkelen. Heeft iemand negatieve ervaringen opgedaan, dan zal die persoon honden als onbetrouwbare wezens zien.
De belangrijkste opvattingen worden kernopvattingen genoemd. Ze zijn samen met de verschillende leefregels die we in het dagelijkse leven hanteren, opgeslagen in het geheugen, in wat we cognitieve schema’s noemen. Mensen hebben schema’s over allerlei aspecten van het dagelijkse leven. Schema’s zijn dus georganiseerde kennisbestanden en bevatten veralgemeende (gegeneraliseerde) kennis over de wereld, over de persoon zelf en over de interactie tussen de persoon en de buitenwereld. De geactiveerde schema’s zijn bepalend voor uw gevoel en gedrag in de situatie.

Schema’s zijn vervat in een levensscript

Schema’s zijn vergelijkbaar met een kennisbestand of database. Bij het actief maken van informatie van een bepaald schema komt aanvullende informatie ter beschikking. Sommige (rudimentaire, d.i. zich niet verder ontwikkelend) schema’s zijn mogelijk aangeboren. Algemeen wordt aangenomen dat de meeste schem’s ontstaan als gevolg van zintuiglijk waarnemen en denken. In zijn eerste levensjaren beleeft het kind zijn omgeving nog op een kinderlijke wijze. Het gaat niet zoeken naar een verklaring voor hetgeen het waarneemt. Het kind denkt dus niet: “Logisch dat vader boos was. Ik speelde immers op een gevaarlijke plek.” Meer kans is er dat het denkt “Hij, van wie ik liefde verwacht, doet boos tegen mij. Ik heb dus een nare vader.”

Deze kinderlijke belevenissen van de eerste 12 jaren bepalen:

  • hoe we onszelf zien;
  • hoe we anderen zien;
  • hoe wij ons naar anderen gedragen;
  • hoe wij gebeurtenissen interpreteren.

De ervaringen van de eerste jaren zetten ons een bril op. Die bril filtert alle nieuwe ervaringen. Wat klopt met de indrukken van de eerste jaren, wordt vooral opgemerkt. Je ziet wat je wilt zien. Je indrukken van de eerste jaren worden dus steeds meer bevestigd. Al die opgedane ervaringen en de daarbij gevormde cognities vormen het zgn levensscript. Je levensscript wordt dus steeds sterker in je zenuwstelsel vastgelegd. De anterior cingulate cortex (ACC), een gebiedje dat middenvoor in de hersens zit en deel is van het limbisch systeem, (zie tekening CIB-tijdschrift nr 29, blz 19) bemiddelt tussen de op feiten gebaseerde redenering en emotionele reacties zoals liefde, angst. Dit hersendeel speelt een rol in de integratie van cognitieve informatie en emoties. Eén van de neurotransmitters (stof die in de synapsof schakelplaats de elektrische pprikkels tussen zenuwcellen en spieren overdraagt) die het ACC activeert is dopamine.
Na 12 jaar 'weet' (veelal onbewust) het kind: “Dat zijn mijn ervaringen met mensen en omstandigheden: zo ervaar ik mezelf, zo stel ik me op naar anderen, zo gedragen anderen zich naar mij, zo reageer ik op omstandigheden en dat heb ik te verwachten.
Het kind trekt zijn ervaringen door naar de toekomst en schrijft zo zijn levensscript. Iemand met positieve verwachtingen, zal voornamelijk stimulerende dingen opmerken en doordat de verwachtingen vaak bewaarheid worden, voelt die persoon zich als winnaar in het leven. Een persoon met over het algemeen negatieve verwachtingen, zal zich eerder als slachtoffer of verliezer voelen.

  • Schema’s zijn op zich nuttig. Ze bevatten geordende kennis, die situaties overzichtelijk maken en u in staat stellen meer te zien dan de feitelijkheden.
  • Geactiveerde schema's beïnvloeden de manier waarop u situaties interpreteert en de wijze waarop u informatie verwerkt.
  • Schema’s beïnvloeden welke informatie u waarneemt en welke u negeert (SELECTIE);
  • Op basis van de schema’s wordt aan die geselecteerde informatie een betekenis toegekend (INTERPRETATIE);
  • en wordt de informatie verder verwerkt tot nieuwe betekenissen, TRANSFORMATIE;
  • Schema’s beïnvloeden welke informatie u uit uw geheugen kunt ophalen en welke betekenis aan die herinnering wordt toegekend (herinnering);
  • Schema’s beïnvloeden de acties die u onderneemt (ACTIE).

Soms zijn schema’s of is de werking ervan lastig of nadelig voor u. D.w.z. dat ze steeds tot onjuiste of niet helemaal juiste interpretaties van situaties en/of nare gevoelens en problematisch gedrag leiden. Die storende schema’s (disfunctionele schema's) heten systematische vertekeningen of fouten in het denken. Eenmaal gevormd, vertonen schema's een zekere weerstand tegen verandering. Schema's ontwikkelen zich in de kindertijd, breiden zich daarna uit en veranderen niet gemakkelijk. Als disfunctionele schema's de informatieverwerking gaan overheersen, leidt dit tot een eenzijdige en vervormde interpretatie, met extreme emoties en probleemgedrag tot gevolg.

Fouten in het denken

In de cognitieve psychologie worden disfunctionele schema’s valkuilen genoemd. Enkele voorbeelden zijn: zwart-wit denken, rampscenario’s voorspellen, negatieve oordelen vellen over mensen, gedachten lezen, enz ...
U hebt zich misschien wel uw hele leven lang depressief gevoeld; zo'n vaag gevoel van depressie dat steeds op de achtergrond aanwezig is. Hier zijn zogenaamde depressogene schema’s geactiveerd. Voorbeelden van depressief makende gedachten zijn: het is altijd hetzelfde liedje, ze laten je toch altijd in de steek, niemand houdt van mij, ik zal altijd alleen blijven. In geval van ziekte, zal een plots afgezegd ziekenbezoek vanwege een collega al snel leiden tot interpretaties als “als je ziek bent, heb je afgedaan in de maatschappij”.

Disfunctionele schema’s zijn hardnekkig en vaak onbewust, maar daarom nog niet onveranderlijk. Cognitieve therapie richt zich vooral op het opbouwen van nieuwe, functionelere schema's en het verminderen van de reikwijdte van de bestaande disfunctionele schema's. Uiteraard is het niet zo dat iedereen baat heeft bij cognitieve therapie. Voor sommigen helpt het helemaal niet, bij anderen een beetje of redelijk, bij de meesten kent ze behoorlijk tot veel succes. Waardoor ze niet bij iedereen werkt, is onduidelijk. Als cognitieve therapie na 8 à 10 sessies niet of nauwelijks helpt, dan moeten andere therapievormen overwogen worden, medicatie bijv. De behandeling is zeker niet bedoeld om enkel en alleen maar positief te leren beoordelen. Dat is onmogelijk en zelfs onwenselijk omdat normale negatieve emoties horen bij het leven.
Hoe cognitieve therapie kan helpen bij hardnekkige schema’s in het geval van chronische ziekte, zal uitgebreid behandeld worden in de volgende nummers.

Terug naar Artikels