Home

Positief denken

Rubriek: Psychosociaal
Mevr. Maggie Ongenaert, sociaal assistente en zelf chronisch ziek, startte haar voordracht over "Positief denken" op 24 november in 't gezellig gemaakte lokaal in het UZ Gent met de woorden: "Verwacht geen pasklare oplossing van mij!". Samen gingen we op zoek. Verdeeld in kleine groepjes kwam iedereen aan bod. Algemene conclusie: de oplossing moet uit je zelf komen en gaat gepaard met vallen en opstaan.

Iemand die positief denkt, ziet, ook in een moeilijke situatie, er de beste kant van, bv. "het glas is halfvol", i.p.v. "halfleeg". Het is een vorm van (positief) relativeren.
Dat is niet altijd vanzelfsprekend! Bij ziekte en pijn is die houding veel moeilijker. Het vermogen tot relativeren is ook afhankelijk van karakter en aanleg.
Ook omstandigheden van buitenaf, zoals onverschilligheid of zelfs onbegrip van medemensen of van de maatschappij.

Wat kunnen we zelf doen?

Het is van groot belang in te zien dat wijzelf bepalen hoe we denken. Iedereen kijkt door een gekleurde bril, en of die kijk negatief of positief is, verschilt van mens tot mens. Onze levenshouding, onze kijk op de wereld wordt voor een groot deel bepaald door (voor)oordelen die voortkomen uit opvoeding en eigen ervaringen. Veel daarvan is niet bewust, maar is opgeslagen in ons onderbewustzijn.

Als een manier van denken is aangeleerd, kan ze echter ook worden afgeleerd. Het denken gebeurt onafgebroken, ook als we slapen. Enkele voorbeelden daarvan hebben we allen ervaren. Als je bv. morgen om 6 uur moet opstaan, dan ben je op tijd wakker, ook zonder wekker.

Op een zelfde situatie kunnen we verschillend reageren: je gaat bv. met tegenzin naar een feest; natuurlijk valt alles dan tegen. Je kijkt er echter naar uit: diezelfde avond wordt dan een echt feest. Onze ingesteldheid maakt het verschil.

Wie opgegroeid is met de idee ‘het is beter te geven dan te krijgen’ heeft het veel moeilijker om hulp te vragen.

Als wij iets niet zien, denken we er niet aan dat het er wel kan zijn. Daardoor is het zo moeilijk voor anderen om ons ziek zijn te begrijpen. "Je ziet er goed uit!". Hoe dikwijls moesten we dat niet verwerken?

De mensen trekken te vlug conclusies. Wat is uw onmiddellijke reactie als u het volgende leest: Vader en zoon hebben een auto-ongeluk. De vader is overleden, de zoon wordt naar een ziekenhuis overgebracht. Daar zegt de chirurg: "Ik kan hem niet opereren, want hij is mijn zoon"....

Hoe kan dat? De chirurg is zijn moeder: geen man maar een vrouw! Denken we daar onmiddellijk aan?

Hoe we ons lichamelijk voelen wordt bepaald door ons denken. Als we denken aan eten, krijgen we honger. Iemand voelt zich moe, verveeld... Plots gaat de bel, er komen goede vrienden op bezoek.... De moeheid verdwijnt en maakt plaats voor energie!

Angst is de basis van negatief denken. We hebben angst om fouten te maken. Het is nochtans van fouten dat men iets leert en kan evolueren. Als we echter bang zijn voor ons angstgevoel, dan wordt de angst ons de baas.

Weinig mensen beseffen dat ze zelf iets kunnen doen aan het negatieve denken. Een voorbeeld: U wilt juist een parkeerplaatsje innemen, maar iemand anders rijdt er vlug op. Hoe zult u reageren? Angstig afdruipen en een ander plaatsje opzoeken? Beginnen schelden en het plaatsje opeisen? Of: beleefd op uw rechten staan en zeggen dat u de eerste was (d.i. assertief gedrag)?

Alleen de mens kan zelf kiezen: positief of negatief denken!

Hoe passen we positief denken toe in de confrontatie met onze ziekte?

  • Denk niet ‘nu moet ik dat doen’, ‘maar nu mag ik dat doen’ als u bv. uw vingers verzorgt, een lastige oefening doet.
  • Kijk niet naar wat u niet meer kunt, maar naar wat wel nog kunt.
  • Zoek activiteiten die aangepast zijn aan uw eigen mogelijkheden. U gelooft dat een vakantie voor u niet meer weggelegd is. Met wat speurwerk en overleg is er wel iets te vinden.
  • Doe iets wat u een goed gevoel geeft. Heb oog voor kleine dingen en geniet ervan.
  • Voel u niet egoïstisch ten opzichte van uw familie en de buitenwereld. Dit is een onterecht gevoel.

U bent ziek en moet er rekening mee houden. Uzelf graag zien, en zacht zijn voor uzelf is hier de boodschap. Kunnen vergeven aan uw eigen lichaam hoort bij het rouw-proces. Kunnen loslaten en overlaten aan anderen is een heel moeilijk proces. Door uzelf te aanvaarden, zullen de anderen jou ook gemakkelijker aanvaarden.

Kunnen vergeven aan uw familie hoort eveneens bij het rouwproces om uw ziek zijn. We moeten aanvaarden dat het voor hen moeilijk is om ons te begrijpen. We moeten duidelijk zijn naar de buitenwereld; die ziet ons enkel in goede momenten.

Elke dag werken aan POSITIEF DENKEN.
Anders leren kijken naar jezelf, de mensen en dingen.
Begin vanavond, dan sta je morgen positief op!

Terug naar Artikels