Home

Diagnose en behandeling van UCTD

Rubriek: Medisch - MCTD
Door Diane Thora
Bron: Jessica Berman. "Undifferentiated Connective Tissue Disease". April 1, 2003

Diagnose van UCTD

Er bestaan geen algemeen geldende criteria voor de diagnose van UCTD, hoewel al enkele pogingen ondernomen werden. De criteria voor de diagnosestelling zijn het geheel van de problemen die zich voordoen en door de arts vastgesteld worden. UCTD is een klinische diagnose die de arts stelt als de symptomen, de laboratoriumuitslagen en de ziektegeschiedenis een patroon vormen dat gewoonlijk gezien wordt bij de ziekte.

Laboratoriumuitslagen

De meest voorkomende immunologische bevindingen zijn:
  • aanwezigheid van positieve ANA;
  • aanwezigheid van antifosfolipiden antilichamen;
  • voorkomen van hypergammaglobulinemie (IgG): een toename van een eiwit dat betrokken is in ontstekingsprocessen;
  • afname van complement, dit zijn eiwitten die helpen bacteriën en andere cellen te vernietigen;
  • aanwezigheid van een valse positieve uitslag op syfilis;
  • aanwezigheid van andere markers voor auto-immuniteit zoals bijv. anti-Ro/SSA, anti-SM, reumafactor …

De meest voorkomende hematologische (m.b.t. het bloed) bevindingen zijn:

  • daling van het aantal bloedplaatjes (trombocytopenie);
  • daling van het aantal witte bloedcellen (leukopenie);
  • boedarmoede (anemie).

Onderzoekers trachtten serologische (bloedkenmerken) profielen met een voorspellende waarde tot het ontwikkelen van een bepaalde bindweefselziekte (lupus, sclerodermie ?) vast te leggen. Hier zullen we dieper op in gaan in het volgende tijdschrift.

De behandeling

De meeste behandelingsmodellen zijn gebaseerd op de ervaringen van reumatologen met UCTD-patiënten. Bij een groot gedeelte van de patiënten is de ziekte mild en is er geen behandeling nodig. Een heel klein aantal mensen heeft een behandeling nodig met hoge dosissen cortisone. Medicamenten als Endoxanr (cytotoxische = medicatie, giftig voor de cel) en immuniteitsonderdrukkers zoals Imuranr worden bijna nooit voorgeschreven.

Als behandeling noodzakelijk is, is deze gewoonlijk symptomatisch, gericht op de klachten. Ze omvat:

  • pijnstillers en NSAID’s (bevatten geen cortisone) voor spier- en gewrichtspijnen;
  • plaatselijke corticoïden (crèmes, lotions, gels) en antimalariamiddelen voor huidproblemen.

Voor klachten die niet reageren op deze behandeling, kan een lage dosis cortisone voor een korte periode voorgeschreven worden.
Er is een studie met positief resultaat om methotrexaat voor te schrijven voor moeilijk te behandelen gewrichts- en huidproblemen. Hier heeft men echter nog heel weinig ervaring mee.

De prognose

Patiënten met UCTD hebben overwegend zéér goede vooruitzichten. Ongeveer 20 % van hen zal een typische bindweefselziekte ontwikkelen. Die kans wordt veel kleiner als de ziekte sedert meer dan vijf jaar onveranderd gebleven is. De overgrote meerderheid van de patiënten ontwikkelt geen schade aan levensbelangrijke organen. UCTD is gekenmerkt door zijn eerder milde vorm.

Terug naar Artikels