Home

Sclerodermie en het hart (1)

Rubriek: Medisch - Sclerodermie
Bronnen:
The Scleroderma book, Maureen D. Mayes, M.D., Oxford University Press, 1999
CIB-dossier: TS nr. 11, september 2000
Illustraties bij dit artikel werden niet op deze pagina weergegeven; zie hiervoor ons tijdschrift.

Bij sclerodermie kunnen verschillende hart-afwijkingen voorkomen. De voornaamste zijn hartritmestoornissen, hartfalen, pericarditis en pulmonale hypertensie.

Hartritmestoornissen

Ons hart beschikt over een eigen soort zenuwsysteem om de hartspier te laten samentrekken. De prikkel ontstaat in de sinusknoop (3A). Een prikkeling van de sinusknoop doet linker- (3F) en rechterboezem (3E) ritmisch samentrekken. Via speciale geleidingsbanen (3B) komt de prikkel bij een tweede knoop, de atrio-ventriculaire knoop = AV (3C), die hem een fractie van een seconde tegenhoudt. Dan wordt de prikkel via de rechter en de linker geleidingstak (3D) over de wand van beide kamers (3H en 3I) verdeeld. Die trekken op hun beurt samen. Vanuit een heel complex systeem van reflexen komt het hart te weten wanneer het sneller moet kloppen, bv. bij een fysieke inspanning, of langzamer, in rusttoestand.
Een normaal hartritme noemt men een normaal sinusritme. Afwijkingen binnen de normale hartslag noemt men hartritmestoornissen.

Bij sclerodermie komt soms sclerose of littekenweefsel voor op de geleidingsweg, zodat de werking onderbroken of geblokkeerd wordt. Dit kan een gedeeltelijk of een volledig hartblok veroorzaken afhankelijk van de plaats waar het probleem zich voordoet en de hoeveelheid sclerose die aanwezig is.
Een geleidingsstoornis kan het signaal naar de rechterkant van het hart beschadigen of verzwakken, maar als de werking van de linker hartzijde wordt aangetast, spreekt men van een compleet hartblok. Het complete hartblok is niet zo dodelijk als het klinkt: er kan gebruik worden gemaakt van een pacemaker die de werking van de sinusknoop ondersteunt als die niet tijdig voor de nodige impulsen zorgt.
Hartritmestoornissen worden vastgesteld bij een te trage of onregelmatige hartslag of bij afwijkingen die enkel door een elektrocardiogram (EKG) kunnen worden gediagnosticeerd.
Als er geen afwijkingen worden gevonden op de EKG, kan gebruik gemaakt worden van een draagbare Holtermonitor die de patiënt een hele dag kan dragen en waarmee de hartslag kan worden opgenomen. Zo kunnen sporadisch optredende onregelmatigheden worden opgespoord.

Er bestaan situaties onafhankelijk van sclerodermie die geleidingsstoornissen en ritmestoornissen kunnen veroorzaken. De bekendste en meest frequente van deze aandoeningen is een aantasting van de aorta ten gevolge van arteriosclerose. Een patiënt die sclerodermie heeft, kan ook “klassieke” hartafwijkingen hebben. Omwille daarvan kan een onderzoek door hartcatheterisatie nodig zijn. Door middel van een catheter of soepele slang wordt de toestand van de bloedvaten onderzocht. Als de diagnose een klassieke vernauwing of een andere veel voorkomende bloedvataandoening vaststelt, kan een overbrugging worden overwogen om een hartaanval te voorkomen.

Terug naar Artikels