Home

Sclerodermie in onderzoek

Rubriek: Medisch - Sclerodermie

Rol van oplosmiddelen en reinigingsproducten

In de “Journal of Rheumatology” verscheen een artikel over een Franse studie die het verband probeert te leggen tussen de aanwezigheid van bepaalde giftige stoffen op de werkplaats en het ontstaan van sclerodermie.
Beroepsmatige en niet-beroepsmatige blootstellingsfactoren en hun mogelijk verband met sclerodermie werden onderzocht. Door de invloed van bepaalde giftige stoffen (zoals o.a. oplosmiddelen) te bewijzen en andere stoffen uit te sluiten, hoopt men bij te dragen tot de algemene erkenning van de invloed van giftige stoffen op gebied van arbeidsgezondheid.

Aan de studie namen 10 mannen en 83 vrouwen deel die tussen 1995 en 1999 sclerodermie (volgens de criteria van the American College of Rheumatology) hadden gekregen. Elke blootstellingsfactor werd apart onderzocht door middel van een persoonlijke vragenlijst, en een arbeidsdeskundige voerde een individuele evaluatie uit.

Uit de resultaten blijkt dat bouwvakkers een veel hoger risico lopen op sclerodermie bij geregelde blootstelling aan bepaalde stoffen. Dat waren vooral reinigingsproducten, oplosmiddelen en synthetische kleefstoffen.

Blootstelling aan zowel reinigingsmiddelen als oplosmiddelen blijken dus risicofactoren te zijn voor het uitlokken van sclerodermie. Die stoffen moeten voorzichtig gebruikt worden en daarom zou men preventieve maatregelingen kunnen treffen om de werkomgeving beter te beschermen.

Sophie Gooris
A.-M. Maître, M. Hours, V. Bonneterre, J. Arnaud, M. T. Arslan, P. Carpentier, A. Bergeret, R. de Gaudemaris

Gelokaliseerde sclerodermie bij kinderen niet alleen beperkt tot huidklachten

Juveniele gelokaliseerde sclerodermie wordt gewoonlijk beschouwd als een aandoening die zich beperkt tot de huid en het onderhuidse weefsel. Italiaanse onderzoekers bestudeerden 175 patiëntjes en kwamen tot de conclusie dat 22,4% van hen echter ook andere klachten vertoonden:

  • gewrichtsklachten (47,2%);
  • neurologische klachten (17,1%) waaronder epilepsie, CZS vasculitis, perifere neuropathie, hoofdpijn en afwijkingen gezien bij medische beeldvormingtechnieken;
  • klachten m.b.t. de bloedvaten (9,3%);
  • oogklachten (8,3%) met o.m. episcleritis, glaucoom, uveïtis en papiloedeem;
  • gastrointestinale klachten (6,2%) met vnl. reflux;
  • ademhalingsproblemen (2,6%);
  • hartproblemen (1%) en
  • nierproblemen (1%)

4% van de kinderen had naast de huidklachten meerdere orgaanaantastingen, slechts 1 patiëntje ontwikkelde systeemsclerose. De aanwezigheid van ANA en de reumafactor was beduidend hoger dan wanneer er enkel sprake was van huidaantasting. Scl-70 en andere markers waren daarentegen niet toegenomen.

De onderzoekers besluiten dat bij zeker 1/4 van de kinderen met gelokaliseerde sclerodermie er ook andere verwikkelingen kunnen opduiken. Die klachten houden geen verband met de plaats van de huidletsels. Het risico op het ontwikkelen van systeemsclerose is volgens hen heel laag. Toch moeten die patientjes uitgebreid onderzocht, meer agressief behandeld en goed opgevolgd worden.

D.T.
Localized scleroderma in childhood is not just a skin disease” ; Zulian F. e.a.; Arthritis Rheum. 2005; Sept.52.(9):2873-81.

Woordverklaring

CZS vasculitis: bloedvatontstekingen in het centraal zenuwstelsel;
Perifere neuropathie: tintelingen enz. in de zenuwen naar ledematen;
Episcleritis: ontsteking van de harde oogrok, het zgn. rode oog;
Glaucoom: “groene staar” te wijten aan verhoogde oogdruk;
Uveïtis: ontsteking van het vaatvlies van het oog;
Papiloedeem: vochtophoping onder de papil, de plaats waar de oogzenuw het oog verlaat, ook blinde vlek genoemd.

Terug naar Artikels