Home

Het risico op kanker bij sclerodermie

Rubriek: Medisch - Sclerodermie
Diane Thora
1.S.C. Duncan, R.K. Winkelmann, “Cancer and scleroderma”, Archives of Dermatolog,vol. 115 (8), august 1979.
2.J.E. Pearson, A.J. Silman, “Risk of cancer in patients with scleroderma”. Ann. Rheum, Dis. 2003: 62: 697.

Oudere studies wezen al op een verhoogd risico op bepaalde vormen van kanker bij systeemsclerose. In de meeste studies betreft het long- en borstkanker. De resultaten van sommige studies waren echter tegenstrijdig en niet altijd gemakkelijk te interpreteren, omdat het onderzoeksopzet verschillend was. In 2003 werd een goed gecontroleerd Australisch onderzoek over het verband tussen sclerodermie en kanker gepubliceerd. De resultaten ervan werden vergeleken met vroegere studies.

Vroegere studies

Duncan S. e.a. (1979) stelden volgende verbanden vast bij hun ervaring met 2141 sclerodermiepatiënten, waarvan 78 een bepaalde vorm van kanker ontwikkelden:

  • de relatieve frequentie van de verschillende types kanker verschilde niet van die van de algemene bevolking;
  • in tegenstelling tot vroegere vaststellingen was longkanker niet de meest voorkomende vorm van kanker;
  • er was een verhoogd voorkomen van borstkanker en lymfoomleukemie (d.i. met vergrote lymfeklier) (samen 66 patiënten);
  • de laatste twee vormen van kanker ontwikkelen zich bij 68 % van de patiënten binnen een periode van drie jaar.

Het Australisch onderzoek

Hierin werden patiënten met gelokaliseerde sclerodermie, (d.i. zonder aantasting van de ingewanden), zoals morphea, niet opgenomen. Een vroegere Zweedse studie toonde bij de gelokaliseerde vorm geen verhoogd risico op kanker aan.
De belangrijkste bevindingen zijn:

  • een verdubbeld risico op het ontwikkelen van kanker;
  • het hoogst toegenomen relatief risico betrof longkanker;
  • het toegenomen risico ligt het hoogst bij diffuse sclerodermie;
  • mannen hebben in alle categorieën en hoger riscico dan vrouwen.

Vanwaar dat verband?

Sclerodermie geeft een verhoogd risico op kanker omwille van de toename van bindweefsel in een orgaan (fibrose). Dit is een veronderstelling die niet voldoende aangetoond is.

  • De behandeling van sclerodermie met immuunonderdrukkers leidt tot een hogere kans op kanker.
  • De behandeling van kanker geeft aanleiding tot de ontwikkeling van sclerodermie: hier is onvoldoende specifiek onderzoek naar gedaan, wel zijn een aantal gevallen bekend.
  • Er is een gedeeld risico (genetische en omgevingsfactoren) voor beide aandoeningen: zo hebben bijv. arbeiders uit koolmijnen een verhoogde kans op én sclerodermie én longkanker.
  • Sclerodermiepatiënten hebben zwakkere genen (een fragiel genoom) die een “geschikte” bodem vormen voor sclerodermie én kanker.

Er is (nog) geen verband aangetoond met aanwezige auto-antilichamen, zodat nog geen typisch “risicoprofiel” opgesteld kan worden.

Terug naar Artikels