Home

Pijndossier deel 2: Diagnose

Rubriek: Medisch - CIB Algemeen
Dit artikel bestaat uit 4 delen:
1. Pijndossier: deel 1
2. Pijndossier: deel 2
3. Pijndossier: deel 3
4. Pijndossier: deel 4

Door dr. B. Van Houdenhove
Bewerkt door dr. V. Machtelinckx

1. Diagnose

Chronische pijn wordt gedefinieerd als de aanwezigheid van een significant pijnprobleem gedurende tenminste 6 maanden, hetgeen een belangrijk lijden met zich meebrengt en een normaal functioneren bemoeilijkt.
Psychosociale factoren spelen een belangrijke rol in het ontstaan, de ernst, het verergeren of het onderhouden van de pijn. Het is pijn die niet verklaard kan worden door simulatie of een andere psychiatrische stoornis.

2. Differentieel diagnose d.w.z. verschillende mogelijkheden van chronische pijnbeelden.

a. Pijn en conversiestoornis
In de tijd van Freud werd aangenomen dat pijn een rol kan spelen als "oplossing" van onbewuste con-flicten. Nu wordt de term "conversiestoornis" voorbehouden voor or-ganische onverklaarde sensorische of motorische symptomen die verband houden met psychische conflicten of stress, maar met uitsluiting van pijn.

b. Pijn en somatisatiestoornis
In dit geval maakt het pijnprobleem deel uit van een aanhoudende en langdurige geschiedenis van multipele, organisch onbegrepen klachten in verscheidene orgaan-systemen, waaronder ook gastro-intestinale klachten, pseudoneuro-logische en sexuele problemen. Dit werd vroeger ook het "Briquet-syndroom" genoemd.

c. Pijn en hypochondrie
Het is het continu bezig zijn met een ingebeelde ernstige lichamelijke ziekte, gebaseerd op een foutieve interpretatie van lichamelijke percepties of symptomen. Bij chronische pijnpatiënten gaat een hypo-chondrisch gedrag vaak gepaard met angst en depressie.

d. Pijn en nagebootste stoornis/simulatie
Bij nagebootste stoornis worden klachten, bijvoorbeeld over pijn, ge-uit met het doel de patiëntenrol te verwerven, met de hieraan verbonden voordelen. Hieronder valt het "Munchausen-syndroom", maar ook automutilatie (zichzelf pijn doen of kwetsen, bijvoorbeeld het zelf verwekken van een pijnlijke schouderontwrichting).
Simulatie daarentegen impliceert het bewust voorwenden van klachten met een extern doel. Dit komt zelden in een klinische context voor, maar wordt veel gezien bij een keuringsonderzoek of een verzekerings-geneeskundig onderzoek.

e. Pijn en psychotische stoornissen
Een psychotische patiënt kan over pijn klagen in het kader van waarachtige of hallucinatoire belevingen. Cultureel bepaalde opvattingen en overtuigingen (vb. bij allochtonen) kunnen dit klachtenpatroon bevorderen. Bizarre pijnen zijn beschreven bij schizofrene patiënten, maar ook bij patiënten met een psychotische depressie, of een hypochondrisch gekleurd waansyndroom.

f. Medisch-sociale en medico-legale verwikkelingen
Patiënten met chronische pijn-problemen vermelden dat ze vaak op onbegrip stuiten vanwege medico-sociale of medico-legale diensten. Dit doet zich vaak voor bij een onderzoek bij werkonbekwaamheid of voor een verzekeringsmaatschappij. Dit probleem is eigen aan het subjectieve karakter en de vaak onduidelijke basis van chronische pijn. Chronische pijnpatiënten komen aldus niet zelden terecht in een uitzichtloze strijd waarin ze pogen te bewijzen dat hun ziektegevoel autentiek is, ook al wordt het niet ondubbelzinnig gestaafd door een aantoonbare ziekte. De controle-artsen spreken al te gemakkelijk over "renteneurose". Het is wel zo dat winst van een financieel karakter voor gevolg kan hebben, dat men pijn opblaast en functionele beperkingen gaat versterken.
Het is de taak van de specialist om bij medico-legale betwistingen de juiste preciseringen te geven.

g. Het belang van teamwerk tussen verschillende specialisten bij chronische pijn
Rekening houdend met het biopsychosociale karakter van chronische pijn, worden deze patiënten het best diagnostisch geëvalueerd door een multidisciplinair team. Naast de anesthesist-pijnspecialist moeten ook steeds een klinisch psycholoog of psychiater in de evaluatie betrokken worden. Naargelang het type en de lokalisatie van de pijn kunnen ook andere medische specialisten, zoals de revalidatie-arts, de neurochirurg, de internist een nuttige bijdrage tot de diagnostiek leveren.
Dit team moet

  • een zicht krijgen op de oorsprong van de pijn en ook waarom deze chronisch is geworden.
  • beoordelen of verdere oorzakelijke behandeling mogelijk is.
  • indien dit niet kan, uitmaken of de patiënt best kan geholpen worden met technische pijncontrolerende procedures, een revalidatiegerichte benadering, of met een combinatie van beide.

Terug naar Artikels