Home

Myositis: Laatste nieuws

Rubriek: Medisch - Poly- en Dermatomyositis

Mycophenolate mofetil (CellCept®) geschikt voor myopathie?

Mycofenolaat mofetil (merknaam CellCept®) is een immuunremmer die voor steeds meer toepassingen wordt onderzocht. Zo werden ook 7 patiënten met myositis, waarvan 4 met dermato-myositis onderzocht. Alle patiënten werden aanvankelijk behandeld met prednison, maar die behandeling was of ontoereikend of ging gepaard met ernstige bijwerkingen. Na behandeling met CellCept® werden positieve veranderingen in het bloed gezien. 6 van de 7 patiënten hadden ook duidelijk minder spierzwakte. De zevende patiënt had toch nog aanvullende behandeling nodig en is later overleden ten gevolge van haar ziekte en bijwerkingen van de behandeling. CellCept® werd over het algemeen goed verdragen gedurende de behandelperiode, die 12 tot 36 maanden duurde. Het zou een alternatief kunnen zijn voor de gangbare behandelingen. Niettemin was er bij één persoon een slechte afloop. Op dit moment worden meetsystemen ontwikkeld en getest voor objectieve meting van ziekteactiviteit en schade bij myositis. Gecontroleerde onderzoeken met CellCept® als aanvangstherapie of als alternatief of als aanvulling voor andere behandelingen zijn de moeite waard.

Majithia V., Harisdangkul V., Mycophenolate mofetil (CellCept): an alternative therapy for autoimmune inflam-matory myopathy. Rheumatology 2005 Apr;44(4):569

Polymyositis anders dan dermatomyositis

M. Aleksza e.a. stelden vast dat bij actieve dermatomyositis bepaalde lymfocyten (witte bloedcellen) die in onderzoek genummerd worden als T(CD3+)-lymfocyten Tc (CD8+)-lymfocyten in aantal daalden. Eveneens was er een daling in de titer (gehalte van een stof) van interferon-γ (gamma) afgescheiden door de T-cellen CD4+ en CD8+. Interferon is een natuurlijk proteïne (eiwit) dat in de cellen van het immuunsysteem wordt geproduceerd. Er worden 3 soorten interferon onderscheiden: interferon-α, interferon-β en interferon-γ. Interferon-γ is belangrijk voor het in gang zetten van mononucleaire fagocyten of onze ‘vreemde-indringers-etende’ witte bloedcellen. Er was sprake van een toename van de B-lymfocyten en interleukine 4 producerende CD4-cellen. Ook dat is een stof die afweercellen activeert. Die veranderingen in het bloed verdwijnen als de ziekte niet meer actief is. Bij polymyositis konden die veranderingen in lymfocyten en in de afgescheiden stoffen (cytokines) niet vastgesteld worden in zowel het actieve als niet-actieve stadium van de ziekte. Deze resultaten zijn belangrijk omdat ze wijzen op een verschil in de ontstaanswijze (pathogenese) van de beide aandoeningen. Als er een verschil in de pathogenese is, dan is een verschil in behandelwijze een logisch gevolg.

M. Aleksza e.a. Altered cytokine expression of peripheral blood lymphocytes in polymyositis and dermatomyositis. Annals of the Rheumatic Diseases 2005;64:1485-148

Weefseltypering en myopathie

Recent onderzoek heeft meer klaarheid gebracht in de rol van de HLA-typering klasse 1 bij myositis. Ieder mens heeft een eigen weefseltypering, te vergelijken met de indeling in bloedgroepen. HLA-moleculen vormen a.h.w. het hart van het immuunsysteem. Er zijn verschillende soorten HLA-moleculen die in 2 verschillende klassen onderverdeeld zijn, nl. klasse 1 en 2. Met behulp van HLA1 moleculen heeft het immuunsysteem een manier in handen om te kijken wat er in een cel gebeurt. De HLA klasse 1 moleculen zitten op de celmembraan met lichaamseigen antigeen. De HLA klasse 1 moleculen worden dus geladen met eiwitten uit de cel. Bij myositis werd een hoge lading afwijkend (glucose-regelend) eiwit GRP78 en eiwit NF-kB (NFkappaB) aangetroffen, één van de belangrijkste moleculaire regulatoren bij ontstekingsreacties in het menselijk lichaam. Als eiwitten worden afgebroken, worden de afbraakproducten via moleculaire pompen in het zgn. endoplasmatisch reticulum (een membraansysteem) gepompt en daar aan HLA-moleculen gekoppeld. Bij myositis werd een hoge mate aan HLA 1 eiwitten gevonden in die membraanstructuur in de spieren. Deze bevindingen kunnen bijdragen tot een betere diagnostiek en behandeling.

Nagaraju K. e.a. Myositis and myopathies
Current Opinion in Rheumatology. 17(6):725-730, November 2005

Terug naar Artikels