Home

Myositis in 2005

Rubriek: Medisch - Poly- en Dermatomyositis
Diane Thora

Creatine en magnesiumsupplementen

Vijf patiënten (1 DM, 4 PM) namen deel aan een zes maanden durende studie om het effect van creatine (stikstofbevattend afbraakproduct van eiwitten) en magnesium als aanvulling op de behandeling na te gaan. Er was een duidelijke verbetering in spiersterkte en spiermassa en spierfunctie. De auteurs besluiten dat dit een veilige aanvullende therapie is die zeker in grotere studies verder onderzocht moet worden.

Park J. e.a., Preliminary Trial of Creatine and Magnesium Supplementation in Myositis Patients.

Infliximab (Remicade®) in studie

Op diverse plaatsen lopen momenteel onderzoeken om na te gaan of infliximab (Remicade®) veilig en effectief is voor de behandeling van dermatomyositis en polymyositis. Infliximab blokkeert het effect van het eiwit “tumor necrosis factor” (TNF), dat sterk geassocieerd is met ontstekingen in diverse aandoeningen. De verwachtingen zijn hoopvol.

Pilootstudie in diagnostiek

Geregeld komt het voor dat een patiënt met de diagnose van polymyositis bleek te lijden aan musculaire dystrofie (groeistoornis) die op een minder typische manier aanving. Biopsie kan hier tussen niet differentiëren omdat bij beide aandoeningen ontstekingen te zien zijn. Een pilootstudie toonde aan dat MRI deze differentiatie wel kan maken. Grotere studies met meer patiënten zijn noodzakelijk om de diagnostiek te verfijnen. Een voordeel is alleszins dat MRI geen pijn doet, biopsie wel.

Christopher-Stine L. e.a., Sensitivity and Specificity of Magnetic Resonance Imaging in Discriminating Dermatomyositis and Polymyositis from Muscular Dystrophy and Normal Controls.

Vier vernieuwingen in de richtlijn myositis

Recent is er een nieuwe richtlijn gemaakt voor myositis, op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten. De richtlijn bevat 4 vernieuwende adviezen. Ten eerste kan de diagnostiek op een minder invasieve (ingrijpende) manier plaatsvinden dan op dit moment gebruikelijk is. Het tweede advies betreft het risico op kanker bij volwassenen met dermatomyositis. Het geeft aan hoe de screening voorlopig het beste kan gebeuren.
In het derde advies wordt er voor myositis een scherper onderscheid gemaakt tussen ziekteactiviteit en de schade veroorzaakt door de ziekte; hiermee kunnen de effecten van therapie beter beoordeeld worden. Het laatste advies stelt dat myositispatiënten een actieve levensstijl wordt aangeraden voorzover mogelijk. De richtlijn is te downloaden van de site van het CBO. De recent verschenen Myonet Myositis (2005) bevat een samenvatting van de richtlijn voor behandelaars (www.vsn.nl/hulpverleners).

Auteur(s): CBO werkgroep myositis. Tijdschrift: Tijdschrift voor Neurologie en Neurochirurgie 2005 (106) blz. 151.

Een nieuw muismodel voor myositis

De huidige behandelingen van myositis zijn gebaseerd op niet-specifieke onderdrukking van de immuniteit. Studies over de ontwikkeling van myositis werden belemmerd door het ontbreken van een meer passend “muismodel” (proefdier). Sugihar e.a. ontwierpen een passend muismodel dat hopelijk zijn vruchten zal afwerpen in verder onderzoek naar oorzaken en behandeling van myositis.

Sugihar T. e.a. A New Murine Model of Polymyositis Revealed Differential Requirement of Inflammatory Cytokines for Autoimmune Myositis.

Antilichamen

Dit onderzoek richt vooral de aandacht op het feit dat verschillen in serummetingen (antistoffen in het bloed) verschillende immuno-genetische profielen vertonen. Het verloop van de aandoening, de aard van de myositis én de behandeling kan beter voorspeld en bijgestuurd worden als deze immuno-genetische profielen bekend zijn.

Chinoy H. e.a. In Adult Onset Myositis, the Presence of interstitial Lung Disease and Myositis Specific/associated antibodies are Go-verned by HLA Class II haplotypes Rather than By Myositis Subtype

Een belangrijk allel

Tomono N. e.a. vonden dat HLA-DRB1*15021 een belangrijk allel is bij Japanse kinderen met dermatomyositis. (Allel is één van de genen die op een bepaalde plaats in het chromosoom kan voorkomen, bijv. het allel voor blauwe ogen.)

Journal of Rheumatology 2004 September; 31(9):1847-50.

Terug naar Artikels