Home

Nevenwerkingen biologische immuunregelaars

Rubriek: Medisch - CIB algemeen
In deze aflevering bespreken we de TNF-α antagonisten en de IL-1 Receptor antagonisten.

Wat is tumor necrosis factor alfa (TNF-a)?

TNF-α is een soort 'boodschappereiwit' (een zgn. cytokine). Het wordt gemaakt en afgegeven door witte bloedcellen en zorgt ervoor dat verschillende bloedcellen met elkaar kunnen ‘praten’. Normaal draagt TNF-α in hoge mate bij tot de menselijke afweer tegen infecties. In geval van infectie verschijnt er meer TNF-α in het bloed en neemt de activiteit van het immuunsysteem toe (pro-inflammatoire activiteit). Om een nog onbekende oorzaak maken sommige mensen in verschillende delen van hun lichaam constant te veel TNF-α aan. Dat leidt tot een chronische ontsteking, met weefselbeschadiging en pijn tot gevolg.

TNF-a antagonisten (tegenwerkers)

TNF-α speelt een belangrijke rol bij het ontstekingsproces. Het remmen van TNF-α is dus nodig in de behandeling van diverse reumatologische aandoeningen. Twee producten, etanercept en infliximab, worden gebruikt. Het zijn producten van de biotechnologie: men maakt een medicijn met levende elementen. Voor etanercept (Enbrel®) gebruikt men 2 menselijke eiwitten. Omdat het samengesteld is, noemt men het een fusie-eiwit. Etanercept bindt TNF-α, waardoor het effect van TNF-α wordt tegengegaan.
Infliximab (Remicade®) is een chimeer IgG1monoklonaal antilichaam (zie toelichting), dat zich bindt aan menselijk tumor necrosis factor alpha (TNF-α).

Nevenwerkingen

De meest voorkomende nevenwerking van een twee wekelijkse behandeling met subcutane injecties Enbrel® is een infuusreactie. Dat betekent dat bij het inlopen van het product er vervelende ge-waarwordingen kunnen zijn, zoals kortademigheid, pijn in de borstkas, jeuk of uitslag. Uitslag op de plaats van injectie werd waargenomen bij 42% van de patiënten, gewoonlijk gedurende de eerste maand van de behandeling. Deze neemt af naarmate de behandeling verder gaat.
In een enkele studie werd leukocytoclastische vasculitis, een vorm van huidvasculitis, (Zie CIB-TS nr. 21, blz. 31) vastgesteld, twee weken na het opstarten van de behandeling. Jeukende, netelroosachtige letsels, verder verwijderd van de injectieplaats werden ook waargenomen.

In een zes maanden durend onderzoek bij 323 patiënten was 11% ANA positief, 1,6% ontwikkelde antistoffen tegen dubbelstrengig DNA, maar niemand kreeg klinische symptomen van SLE. Alle symptomen verdwenen twee tot zes weken na het stopzetten van de Enbrel®. Een enkel geval van malaise, hoest, en benauwdheid bij inspanning werd gevonden in een ander onderzoek. Deze klachten gingen samen met microscopische hematurie (bloed in urine), creatinine van 2,0 en niet-jeukende uitslag na 2 maanden therapie. De symptomen verdwenen zowel bij het stoppen van de behandeling als door behandeling met cortison gedurende vier weken.

Ook neurologische complicaties werden gerapporteerd. Er werden enkele gevallen van demyelinisatie (verdwijning van het omhulsel rond zenuwvezels) door zowel Enbrel® als Remicade® vastgesteld. Deze normaliseerden bij het stopzetten van de behandeling. Soms werden ook lupusachtige symptomen vastgesteld.

TNF-α antagonisten worden frequent toegediend met andere medicijnen. Of deze combinatie de nevenverschijnselen onderdrukt of juist doet toenemen is nog een open vraag.
Onderdrukking van TNF-α kan ook aanleiding geven tot het ontwikkelen van kanker en het opdoen van ernstige infecties. 13 gevallen van tuberculose werden gerapporteerd, hoofdzakelijk uit Oost-Europa. Waarschijnlijk is er sprake van een latent aanwezige TBC die aangewakkerd wordt door TNF-α remmende behandeling.

Wat is interleukine IL-1?

Interleukine is ook een soort ‘boodschappereiwit’, een zgn. cytokine. IL-1 is een belangrijk pro-inflammatoir cytokine dat verschillende celreacties regelt, waaronder die bij gewrichtsvliesontsteking.

IL-1 Receptor antagonisten (tegenwerkers)

Anakinra (Kineret®) wordt ook gemaakt uit 2 menselijke eiwitten. Anakinra remt de biologische activiteit van interleukine-1 (IL-1) door binding aan de IL-1-receptor. Dat is effectief gebleken in de behandeling van reumatoïde artritis.

Nevenwerkingen

Uit onderzoek bleek dat reacties optraden gelijkaardig als bij de TNF-α antagonisten, infuusreacties als de meest voorkomende nevenwerking, gevolgd door een milde toename van infecties. Activering van TBC werd niet gerapporteerd.

Conclusie

Dat TNF-α antagonisten ernstige nevenwerkingen kunnen teweegbrengen is reëel te noemen. Infliximab (Remicade®) lijkt deze het meest te geven. Sommige, zoals reacties op de plaats van injecties, vielen te verwachten en kunnen opgevangen worden. Patiënten met demyelinisatieziekten moeten uitgesloten worden van die behandeling. Ook het risico op ernstige infecties is niet te verwaarlozen. Patiënten moeten alleszins eerst ernstig onderzocht worden vooraleer de behandeling te starten.

Toelichting

Wat is een monoklonaal antilichaam?

Ons lichaam produceert duizenden verschillende antilichamen (antistoffen); elke antistof bindt zich aan een specifieke molecule of aan een specifieke infectiekiem, bijvoorbeeld aan bacteriën of virussen. Zodra er een vreemde stof in het lichaam terechtkomt, reageert het lichaam door grote hoeveelheden antistof aan te maken die specifiek tegen die ziekteverwekker is gericht. Een groot aantal antilichamen van één type zijn elkaars ‘kloon’, d.w.z. zijn identiek. Het woord ‘monoklonaal’ betekent dus gewoon ‘één kloon’. Dankzij moderne ontwikkelingen op technologisch gebied, zijn onderzoekers erin geslaagd de identiteit van specifieke antistoffen vast te stellen, zoals van Remicade®, en die in grote hoeveelheden te produceren voor gebruik als geneesmiddel.
Eén specifiek antilichaam dat op deze manier veel wordt gemaakt, is een monoklonaal antilichaam. Dus alle antistoffen zijn identiek omdat ze van één kloon zijn, vandaar de naam “monoklonaal”.

Wat is een chimerisch antilichaam?

Remicade® is een speciaal soort monoklonaal antilichaam; het is namelijk een chimerisch mono-klonaal antilichaam. Chimerische antilichamen bevatten eiwit afkomstig van twee verschillende soorten eiwitten. Zo bestaat Remicade® voor 75% uit menselijk eiwit en voor 25% uit muizeneiwit. De oorspronkelijke antistof waarmee Remicade® werd ontwikkeld, was afkomstig van een muis. Onderzoekers zijn er uiteindelijk in geslaagd de hoeveelheid muizeneiwit in Remicade® voor ongeveer 75% te vervangen door menselijk eiwit. Dat maakt Remicade® vermoedelijk minder immunogeen (d.w.z. dat er minder kans is op allergische reacties) dan toen het nog alleen uit muizeneiwit bestond.

Ons lichaam produceert duizenden verschillende antilichamen (antistoffen); elke antistof bindt zich aan een specifieke molecule of aan een specifieke infectiekiem, bijvoorbeeld aan bacteriën of virussen. Zodra er een vreemde stof in het lichaam terechtkomt, reageert het lichaam door grote hoeveelheden antistof aan te maken die specifiek tegen die ziekteverwekker is gericht. Een groot aantal antilichamen van één type zijn elkaars ‘kloon’, d.w.z. zijn identiek. Het woord ‘monoklonaal’ betekent dus gewoon ‘één kloon’. Dankzij moderne ontwikkelingen op technologisch gebied, zijn onderzoekers erin geslaagd de identiteit van specifieke antistoffen vast te stellen, zoals van Remicade®, en die in grote hoeveelheden te produceren voor gebruik als geneesmiddel. Eén specifiek antilichaam dat op deze manier veel wordt gemaakt, is een monoklonaal antilichaam. Dus alle antistoffen zijn identiek omdat ze van één kloon zijn, vandaar de naam “monoklonaal”.

Wat is een chimerisch antilichaam?

Remicade® is een speciaal soort monoklonaal antilichaam; het is namelijk een chimerisch mono-klonaal antilichaam. Chimerische antilichamen bevatten eiwit afkomstig van twee verschillende soorten eiwitten. Zo bestaat Remicade® voor 75% uit menselijk eiwit en voor 25% uit muizeneiwit. De oorspronkelijke antistof waarmee Remicade® werd ontwikkeld, was afkomstig van een muis. Onderzoekers zijn er uiteindelijk in geslaagd de hoeveelheid muizeneiwit in Remicade® voor ongeveer 75% te vervangen door menselijk eiwit. Dat maakt Remicade® vermoedelijk minder immunogeen (d.w.z. dat er minder kans is op allergische reacties) dan toen het nog alleen uit muizeneiwit bestond.

Terug naar Artikels