|
|
Nieuwe onderzoeksweg bij ANCA-geassocieerde systeemvasculitisRubriek: Medisch - Vasculitis Bij ANCA -geassocieerde systeemvasculitiden prikkelen de antistoffen (ANCA) de neutrofiele granulocyten (witte bloedlichaampjes) om de stoffen PR3 (proteïnase-3) of MPO (myeloperoxidase) uit te scheiden. Normaal gesproken breken deze enzymen de lichaamsvreemde stoffen af die vervolgens door de granulocyt worden opgegeten. Bij systeemvasculitis komen deze stoffen echter ook massaal vrij zonder aanwezigheid van lichaamsvreemde stoffen. Hoewel de symptomen veelal dezelfde zijn, gaat de nierfunctie sneller achteruit bij patiënten met anti-PR3. Hun nieren vertonen ook meer acute ontsteking dan die van patiënten met anti-MPO en bij hen zijn vaker andere organen aangetast door bloedvatontstekingen. Hoe dit komt is nog niet precies geweten. Dr. Renate Kain van de Universiteit van Aberdeen (Schotland) was niet enkel geïnteresseerd in deze verschillen, maar stelde zich ook de vraag of er nog andere stoffen zijn die door de ANCA in gang gezet worden. Haar onderzoeksteam vond inderdaad zulke stoffen. Het ging om 3 aan elkaar verwante stoffen nl. “human lysosomal membrane glycoproteïne-2” (hlamp2), “trans-Golgi network protein 46” (hTGN46) en een niet geïdentificeerd eiwit 130 kDal (gp130). Het onderzoek focust zich op in eerste instantie op hlamp-2. Een klinische studie hierover werd reeds afgerond. Hieruit bleek dat bij 95% van de patiënten met ANCA-geassocieerde vasculitis van de nieren, deze hlamp-2 antilichamen werden aangetroffen. In de gezonde controlegroep was dit slecht bij 4% van de onderzoeksgroep het geval. De titers (meetinstrument voor de hoeveelheid) van de antilichamen correleren bovendien met ziekteactiviteit en geven deze zelfs beter weer dan de titers MPO en PR3. Verder onderzoek bleek dus zeker zinvol te zijn. Door verder onderzoek ontstond de idee dat de aanwezigheid van hlamp-2 mogelijk te maken zou kunnen hebben met besmetting door bacteriën. Een van de stukjes hlamp-2 lijkt nl. sterk op het uitsteeksel (een fimH) dat ook bij verscheidene ziekteverwekkers waargenomen wordt. Met dit uitsteeksel hecht de bacterie zich vast aan de gastheercel. In een proef met ratten werd deze idee bevestigd. Dr. Kain gaat er dan ook vanuit dat bij mensen die gevoelig (genetisch bepaalde gevoeligheid) zijn voor ANCA-geassocieerde vasculitis én een besmetting opliepen met een bacterie, er een nabootsing van deze afweerreactie plaats vindt. Deze nabootsingreactie wordt “mimicry” of ook wel kruisreactie genoemd. Als gevolg van deze kruisreactie ontstaan antistoffen tegen hlmp-2, met systeemvasculitis als gevolg. Dit verklaart waarom van het ene op het andere moment een afweerreactie in gang gezet wordt tegen het eigen weefsel. Deze afweerreactie komt dus niet zomaar uit het niets gevallen. Dr. Renate Kain stelde haar onderzoeksresultaten voor op het Internationale Vasulitiscongres te Heidelberg, juni 2005. Men vond haar gegevens zo opzienbarend dat ze de Novartis Prijs ontving voor haar studie. Moleculaire mimicry of een kruisreactie. Een indringer die het lichaam aanvalt bevat eiwitten waarvan een bepaald gedeelte herkend wordt door het immuunsysteem. T-cellen hebben receptoren die zich kunnen binden met bepaalde stukjes (aminozuren) van het vreemde eiwit. O.a macrofagen, die zgn antigenen bevatten, schieten ter hulp door de vreemde indringer af te breken en op te eten. Vervolgens stuurt de macrofaag een eiwitfragmentje (peptide) naar het celoppervlakte om het te presenteren aan de T-cellen. Een cel met een op dat peptide passende receptor zal zich daaraan binden. Hierdoor stimuleert het andere onderdelen van het immuunstelsel om een afweerreactie op te starten tegen alle eiwitten die een vergelijkbaar aminozuur bevatten. Als dit eiwitfragment nu erg lijkt op een stukje lichaamseigen eiwit, dan zal het geactiveerde immuunsysteem niet alleen de eigen indringer gaan bestrijden maar ook eiwitten in het eigen weefsel die erg lijken op de eiwitten van de indringer. Dit verschijnsel heet moleculaire mimicry (nabootsing) of een kruisreactie. |
|
| CIB zijn ernstige aandoeningen.
Het stellen van de diagnose is een zaak van de huisarts of de specialist. Voor medisch advies, raadpleeg uw arts. | |