Home

De naam van een geneesmiddel

Rubriek: Medisch - CIB Algemeen
M.-L. Van Roosebeke

Acetylsalicylzuur? Ach neen, het is een gewone Aspirine!” of “Ik krijg geen cortison, ik heb Medrol.” Vanwaar die verwarring? En waarom staan er in veel artikels in ons tijdschrift 2 namen als er over één geneesmiddel wordt gesproken?
We staan er niet bij stil dat een geneesmiddel meestal twee namen heeft: een stofnaam of farmacologische naam en een merknaam.

De stofnaam of farmacologische naam

Een geneesmiddel wordt samengesteld uit de stof die de aandoening bestrijdt en andere producten, bijv. producten om meer volume te geven, om het mengsel tot een tablet te kunnen persen, die invloed hebben op de snelheid waarmee een tablet in de maag uiteenvalt of een laagje dat ervoor zorgt dat een pil pas in de darm uiteenvalt, smaak- en kleurstoffen …
De stof die de aandoening bestrijdt, wordt de werkzame of de actieve stof genoemd, ook nog de stofnaam, de generische of de farmacologische naam (farmacologie of geneesmiddelenleer), bijv. acetylsalicylzuur, methylprednisolon. Die stofnaam staat in het Latijn in kleine letters op de verpakking en is wereldwijd dezelfde. Gaat u naar het buitenland, dan is het veilig die stofnaam op te schrijven om uw geneesmiddel te vinden.

Merknaam

Een nieuw geneesmiddel wordt in de onderzoekcentra van grote farmaceutische firma’s ontwikkeld. Dat onderzoek duurt jaren en verslindt enorme bedragen. Van zodra het duidelijk wordt dat een stof kan leiden tot een interessant geneesmiddel, vraagt de firma een octrooi aan. Hierdoor mag alleen die firma gedurende een zeker aantal jaar het geneesmiddel verkopen. De firma zoekt een merknaam, die in grote letters op de verpakking wordt gedrukt, bijv. Aspirine®, Medrol®. Eenzelfde geneesmiddel kan in de verschillende landen een andere merknaam krijgen.

Na afloop van het octrooi mogen ook andere farmaceutische firma’s dat geneesmiddel op de markt brengen. Ze behouden de werkzame stof en veranderen iets aan de chemische samenstelling. Zo ontstaan medicijnen met vaak vergelijkbare eigenschappen (o.a. de generische geneesmiddelen), maar die toch verschillen in prijs, naargelang de gebruikte bijproducten.
Nu heeft minister van Volksgezondheid Demotte voorgesteld dat de arts een voorschrift op stofnaam (VOS) aan de patiënt zou geven, zodat de apotheker het goedkoopste en voor de patiënt het beste geneesmiddel kan kiezen. In zijn huidige vorm stuit dit voorstel op verzet van de (huis)artsen. Wij kunnen maar afwachten.

Wij weten wel dat Medrol® methylprednisolon, een corticoïd bevat, Plaquenil® hydroxychloroquine, Prepulsid® cisapride enz.

’Geneesmiddelen, wat de bijsluiter niet vertelt’ Prof. Gert Laekeman, KULeuven

Dit boekje geeft een overzicht van ongeveer 3000 gecommercialiseerde geneesmiddelen, ingedeeld volgens aandoeningen en begeleid door informatie over de manier van gebruik. Het boek kan de patiënt helpen om gerichte vragen te stellen aan de dokter of de apotheker en laat ook toe om verschillende geneesmiddelen of klassen te vergelijken. Het is nauwgezet opgebouwd en is een praktische, ‘populaire’ versie van het officiële Geneesmiddelenrepertorium’. Het boek is uitgegeven bij Acco en kost 17,20 euro (ISBN 90.334.5076.3).

Terug naar Artikels